Deze Bijbelstudie is onderdeel van een serie van drie over de brief van Judas. Vanuit drie verschillende hoeken kun je alleen of met elkaar de hele brief bekijken. Wat dit Bijbelboek ons te vertellen heeft als brief, dat is het onderwerp van deze studie.
Lees de hele brief hardop voor en luister dan naar deze inleiding van een paar minuten:
1 Brief: Wij kunnen (video)bellen, appen, chatten, twitteren, zeg het maar – wij willen graag contact. Want we zijn sociale wezens. Er was een tijd dat het schrijven van brieven een belangrijk middel was. Tussen de heilige boeken in de Bijbel zijn nogal wat brieven opgenomen, vooral in het Nieuwe Testament. Wie zo’n brief leest doet er goed aan, de speciale kenmerken ervan goed in de gaten te hebben. Dat helpt om te snappen wat Judas doet en wil bereiken met zijn brief.
- Wat zijn je ervaringen met het schrijven of ontvangen van een brief met de post?
Een briefschrijver is niet op de plek aanwezig waar zijn lezers zijn. Dat klinkt als een open deur, maar het is toch zinvol dat te bedenken. De auteur wil zijn lezer op afstand iets melden of ergens toe oproepen. In de eerste eeuw nam het verzenden en overbrengen nogal wat tijd. De reis van de postbode duurde even. En de ontvangers moesten zelfstandig hun reactie bepalen. Met de bedoeling van de schrijver in gedachten. Wel is het zo dat de schrijver wellicht op een later moment persoonlijk aanwezig kon zijn. Dan zal het hem of haar interesseren wat de reactie op de brief is geweest.
- Welk vers (of welke verzen) uit de brief laten zien wat de apostel Judas met deze brief wilde bereiken bij zijn lezers?
- Paulus kondigt in zijn brief aan de gemeente in Korinte dat hij later komt en dan de ‘overige zaken zal regelen’, 1 Korinte 11,34b. Wat wil hij dat de gemeente dan heeft veranderd op het punt van het heilig avondmaal? (lees 11,17-34)
- Als wij de brief van Judas op onszelf betrekken, wie zou er dan (later) kunnen komen om te zien wat wij ermee gedaan hebben?
2 Auteur: de brieven in het Nieuwe Testament hebben vaak een duidelijke afzender. Dat kan er één zijn (Paulus, Judas, Johannes) of meerdere, zoals bij de brief aan de kerk in Tessalonica (zie het eerste vers van zowel 1 als 2 Tessalonicensen). Als de schrijver een bepaalde typering van zichzelf eraan toevoegt, is dat niet voor niets. Judas doet dat ook. Hij noemt zich ‘dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus’
- Veelal neemt men aan dat Judas en Jakobus beiden broers waren van de Heer Jezus (zie Markus 6,3). Als dat waar is, waarom zou hij zich dan van Jezus een dienaar noemen en van Jakobus een broer?
- Waarom noemt hij ook Jakobus, denk je? Had hij niet kunnen volstaan met een verwijzing naar de Heer?
- In de groep van Jezus’ leerlingen zaten nog twee mannen met de naam Judas: Lukas 6,13 en Handelingen 1,13. Komt een van hen in aanmerking om de schrijver te zijn?
- Stel dat er een anonieme auteur is geweest die deze naam van Judas gebruikt heeft, als een soort pseudoniem. Zou dat voor de betekenis en het gezag van de brief wat uitmaken?
3 Ontvangers: De ontvanger van een brief in het Nieuwe Testament kan een enkele persoon zijn (bijvoorbeeld Timoteüs, Titus, Filemon) of een groep of gemeente (Korinte, Kolosse). Paulus adviseert om de brief aan Kolosse uit te wisselen met die van Laodicea (Kolossenzen 4,16). Toch kleurt Paulus zijn brieven vaak heel persoonlijk in, bijvoorbeeld door groeten voor concrete personen die hij daar kent (Romeinen 16). Judas noemt geen plaats of regio en groet niemand. Hij typeert zijn lezers als gelovigen.
- Bespreek de manier waarop hij de gelovigen omschrijft in het eerste vers. Wat valt je op, wat ontbreekt in vergelijking met de apostolische brieven?
- Kun je uit vers 18 afleiden dat zij zelf nog de apostelen hebben horen spreken?
4 Situatie: Bij het lezen en interpreteren van de brieven moeten we bedenken dat zij geschreven zijn om in concrete situaties een boodschap te geven. Als onze situatie anders is, is dus ook de zeggingskracht van de brief anders. Judas richt zich op de christenen met een joodse achtergrond die (waarschijnlijk) dezelfde situatie kennen als de lezers van de brief van de apostel Jakobus: verstrooid levend buiten het land Palestina. Denk aan wat Handelingen vertelt over de vlucht uit Jeruzalem naar het noorden (Handelingen 11,19).
- Wat maakt deze situatie anders dan die van ons nu?
- Wat hebben wij gemeen met deze gelovigen?
- Bespreek de stelling: de preek van de dominee op zondag is de huidige manier waarop de Heer ons, bij wijze van spreken, een brief stuurt.
5 Verder ter bespreking
BibleProject maakte een 8-minuten samenvatting, bekijk die (samen), klik hier.
Larry Crab schreef eens een boek onder de titel: 66 liefdesbrieven : Ontdek Gods liefde in elk Bijbelboek. (Heerenveen: Medema 2010) Is dat wel terecht, zo’n titel? Een Psalm is geen brief, een Spreuk ook niet, en ook het boek Handelingen niet. En is het werkelijk waar dat elk Bijbelboek over Gods liefde gaat? Geldt dat ook voor bijvoorbeeld Klaagliederen of de profetie van Sefanja?
Opdracht: Schrijf een brief aan een vriend of goede bekende waarin je vertelt wat geloof voor je betekent. Ook als je de brief niet echt verstuurt, is dit een nuttige oefening. Zo ontdekt je wat je belangrijk vindt om op te schrijven.
6 Overdenk in (vijf minuten) stilte deze uitspraak van Paulus (2 Korinte 3,2-3):
“U bent zelf onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven, maar voor iedereen te zien en te lezen: bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten.”
