De joden zijn onze geestelijke familie. In hun midden is onze Redder geboren. Wij zijn als niet-joodse tak geënt op de stam Israël. Daarom interesseert het me als christen hoe de joden het Oude Testament lezen. Zij noemen dat de Tenach en ik snap waarom. De aanduiding ‘oud’ bij testament is gekoppeld aan ‘nieuw’ en dat verwijst naar Jezus Christus. Hij vormt het centrum van het christelijke geloof. Hij heeft het aloude verbond met Abrahams volk radicaal vernieuwd. De joden erkennen de Heer niet als de gekomen messias en wachten nog steeds. Zo lezen zij de Tora, de Profeten en de Geschriften.
De verwantschap is voelbaar. Jaren geleden werd ik geraakt door een boek van rabbijn Jacob Neusner. Recent ben ik gegrepen door de Joodse lezing van de Tora door de Britse opperrabbijn Jonathan Sacks. Hij overleed vorig jaar en liet een respectabel oeuvre na. Ik kende al boeken van hem, maar wat ik nu lees over de vijf boeken van Mozes is adembenemend mooi. In het najaar van 2020 las ik het deel over Exodus en kon dat mooi gebruiken bij een serie preken. Direct aansluitend heb ik nu het Genesisdeel gelezen en opnieuw voel ik me verrijkt. Deze man heeft de gave om Bijbelverhaal en actualiteit ongekunsteld te verbinden. Hij haalt er cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis van de Westerse cultuur bij, hij toont de kracht van het joodse denken voor opvoeding, menselijk samenleven en innerlijk leven, er spreekt gepaste trots uit zijn boek en tegelijk een diep gelovige houding in deze scheefhangende wereld. Hij weet wat hoop is.
Er zijn veel thema’s die in de essays aan de orde komen, maar het meest was ik getroffen door het slot. Vanaf bladzijde 259 behandelt Sacks vooral het thema berouw. Er zijn een aantal fundamentele principes die hij naar voren haalt uit de geschiedenis van Jakob, Jozef en zijn boers. Eén daarvan is dat de boeteling in hoger aanzien staat dan iemand die volmaakt rechtvaardig is. Ook signaleert hij hoe belangrijk vergeving is voor het functioneren van een groep mensen. Wanneer mensen het vermogen missen om te vergeven, kunnen zij geen conflicten oplossen. Hij voegt er dit inzicht aan toe: “Daarom vormt Jozefs vergeving de brug tussen Genesis en Exodus. Het eerste boek gaat over de kinderen van Israël als familie, het tweede gaat over hen als natie. Centraal staat in beide de ervaring van slavernij, eerst die van Jozef, vervolgens die van het hele volk. De boodschap kan niet duidelijker zijn. Wie streeft naar vrijheid moet leren vergeven.” (283) Het zijn dit soort soepele verbindingen tussen deel en geheel, tussen concreet en algemeen, tussen toen en nu die dit boek zo mooi maken.
Daarom nog één ander voorbeeld. Bijna aan het eind gekomen laat Sacks zien dat zowel de Tora, als de Profeten als de Geschriften met een open einde afsluiten. Er is nog van alles niet vervuld. De toekomst moet nog gebouwd worden. De gouden eeuw ligt in de toekomt. Dat is kenmerkend voor de joodse kijk op tijd. Lees even mee: “Het jodendom gelooft in iets anders dan eindeloze herhaling of onvermijdelijke vooruitgang. Het gelooft in verbondstijd; het verhaal van de menselijke reis in antwoord op de goddelijke roep, een reis vol terugval, foute afslagen en mislukkingen, maar nooit gedoemd tot tragisch noodlot; altijd is er de mogelijkheid tot berouw en omkeer, en altijd is er de steun van het visioen waarmee het verhaal begon, het visioen van het Beloofde Land, de nieuwe samenleving, de plaats waar gerechtigheid en mededogen het kwaad overwinnen dat zich schuilhoudt in het menselijke hart, de plaats waar de menselijke deugd en goddelijke zegen elkaar ontmoeten in het vervullen van het verbond dat wij bevrijding noemen.” (307)
Verbondstijd, wat een woord. Ik ben direct terug in mijn jeugd. In de gereformeerd-vrijgemaakte traditie was verbond de glanzende aanduiding van het gelovige leven met de HEER. Het is ingeruild voor de ‘persoonlijke relatie met God’ en daar kun je van alles van vinden. Dat het woord ‘verbond’ hier terugkomt in verband met ‘tijd’ is een opsteker. Beter dan Sacks kan ik het niet zeggen hoe deze kijk op tijd je leven kan stempelen: “Tragiek geeft aanleiding tot pessimisme. Cyclische tijd leidt tot aanvaarding. Lineaire tijd wekt optimisme. Verbondstijd baart hoop. Dit zijn niet alleen maar verschillende emoties. Het zijn radicaal verschillende manieren om met het leven en de wereld om te gaan. Ze komen tot uitdrukking in de verschillende soorten verhalen die mensen vertellen. De joodse tijd ziet altijd een open toekomst tegemoet. Het laatste hoofdstuk is nog niet geschreven. De messias is nog niet gekomen. Tot dan gaat het verhaal door en wij zijn er de medeauteurs van, samen met God.” (308)
Wij zijn medewerkers van God, dat zijn ook de woorden van een andere jood (1 Korinte 3,9). Saul (beter bekend als Paulus) heeft de messias ontmoet en kan niet anders dan onder tranen bedenken dat zoveel volksgenoten de Christus niet kennen. Nu ik het boek van Jonathan Sacks uit hebt, kom ik dicht bij diezelfde emotie.
Naar aanleiding van: Jonathan Sacks, Genesis: Boek van het begin (serie: Verbond en Dialoog: Joodse lezing van de Tora). Middelburg: Skandalon, 2020. Oorspronkelijke titel: Covenant & Conversation, a Weekly Reading of the Jewish Bible – Genesis, the Book of Beginnings. Vertaald door Hans van der Heiden en Karl van Klaveren.

