Gehoorzaam en getest

Hebreeën 11 is een bijzonder hoofdstuk in de Bijbel. De lange lijst van geloofshelden blijft de aandacht trekken. Allerlei namen roepen de verhalen op zoals je die misschien al van jongs af aan kent. Ook de opening spreekt aan: wat is nu eigenlijk geloven? En sommigen losse uitspraken zetten je aan het denken. Wat bedoelt de schrijver nu precies met: ‘Ze waren voor de wereld te goed.” (11,38)? Het lijkt bij eerste lezing een wat willekeurige verzameling van Bijbelse figuren. Bij nader toezien valt wel op dat Abraham ruim aandacht krijgt. Niet heel vreemd, natuurlijk. In het Bijbelboek Genesis is hij een centrale persoon. (hoofdstuk 12 – 25) En de heilige apostel Paulus leert gelovigen van niet-Joodse komaf dat deze man ook hún geestelijke vader is. (Romeinen 4,11) In deze Bijbelstudie gaan we kijken hoe Abraham in deze lijst z’n plaats heeft.

1 In Genesis is hoofdstuk 12 de start van een nieuw deel van dat boek. De schrijver rondt zijn verslag van de oertijd af en neemt uitgebreid de tijd voor een man uit Ur. God koos hem uit voor een heel bijzondere missie: de zegen worden voor de wereld. De Redder van de wereld zal een van zijn nakomelingen zijn!
Je ziet dit terug in Hebreeën 11. De schrijver noemt drie personen uit de voortijd (Abel, Henoch en Noach) en gaat dan over op Abraham. Hij legt eerst nadruk op zijn gehoorzaamheid (8-16) en daarna op de test voor zijn geloof (17-22). Naast Abraham komen ook Isaak en Jakob in beeld, en natuurlijk ook zijn vrouw Sara. De volgende grote naam is dan weer Mozes (23-31). Maar voordat hij genoemd wordt, horen we rondom Abraham ook nog over Esau en Jozef. In het hele stuk vers 8-22 gaat het van Ur naar Egypte.

  • Ook voor joden en moslims is Abraham een zeer belangrijk figuur. Typeer de manier waarop Abraham belangrijk is voor elk van de drie religies.

2 Gehoorzaamheid is een positieve reactie op een oproep. Of het nu gaat om een uitnodiging zijn, advies of bevel, gehoorzaamheid betekent dat je er instemmend op ingaat. Het tegendeel is ongehoorzaamheid. Het bijzondere van Abraham is – volgens de Hebreeënschrijver – dat hij in beweging komt voor iets onbekends: “… hij ging op weg zonder te weten waarheen.” (11,8) Daar aangekomen kreeg hij hooguit een voorlopig beeld van wat hem beloofd was. Er is een land en een stad in de toekomst en Abraham heeft die tijdens zijn leven niet gezien. Toch bleef hij vertrouwen op degene die de belofte gaf: God. Terwijl hij de optie had om het op te geven en terug te gaan naar Ur.

  • Lees meer over Sara in Genesis 21,1-7. Let eens op wat de schrijver van Hebreeën 11 naar voren haalt als de reden waarom zij gelooft: zie het laatste stukje van vers 11. Zie je dat terug in Genesis 21? Werkt hetzelfde ook voor jou, om het ongedachte te blijven geloven?  

3 Na Abrahams reactie op de belofte van land, komt nu de test rond de zoon van de belofte: Isaak (11,17-19). Hier is Abraham het voorbeeld van de mens die het onmogelijke van God verwacht. God kan doden opwekken! Zo werd de dood voorkomen en kreeg hem terug ‘bij wijze van voorafbeelding’. (11,29). Waarvan? Van de opwekking van Christus! Ook Hij kwam terug en werd gegeven aan allen die Hem vertrouwen.
Van Isaak, Jakob en Jozef wordt dan de zegen vermeld, steeds met zicht op de dood. Met de dood houdt het niet op. Want God heeft beloften gedaan die verder gaan dan het eigen korte leven. Daarvan was elke zegen het bewijs.

  • Ken je mensen die door God zo dramatisch getest zijn als Abraham?
  • Welke rol speelt het geven van de zegen in ons leven?

Voor verdere studie en gesprek

Lees dit verhaal en leg een verband met thema van de Bijbelstudie: Twee Joden zitten samen in de wachtkamer van een rabbijn. Aan de ene kant: een man met een prachtige bontjas. Tegenover hem: een arme mijnwerker, zwart van het kolengruis. De deur zwaait open, daar is de rabbi. Beide staan op. De rabbi wenkt de pikzwarte mijnwerker en houdt de deur van de spreekkamer uitnodigend voor hem open. Een uur later is de rijke Jood aan de beurt. Hij is boos, hij is woest. ‘Waarom liet u mij niet eerst binnen? Weet u niet dat ik er warmpjes bij zit? Dat kun je van die arme mijnwerker niet zeggen.’ Dan antwoordt de rabbi rustig: ‘Ach, u met uw bontjas, u verwarmt alleen u zelf. De mijnwerker zorgt ervoor dat anderen zich kunnen verwarmen…”

De stad, door God zelf ontworpen en gebouwd, daarover lezen wij in 11,10 en 16 en het beeld wordt gecombineerd met een ‘beter vaderland’ (11,14-16). We lezen er ook over 12,22 en 13,14. Het staat tegenover het leven in ‘tenten’ (11,9) en wijst dus op vreemdelingschap. Nog niet thuis zijn. Welke andere Bijbelgedeelten buiten Hebreeën ken je over dat thema van vreemd-zijn in deze wereld? Deel onderlinge ervaringen.

Bekijk deze clip met rabbijn Shmuel Katz over de betekenis van Abraham. Vanaf ongeveer minuut 9 gaat het over het offer van Isaak. Vergelijk het met de christelijke interpretatie. Klik hier.

Bekijk deze clip over Abraham volgens islam. De hele video duurt een kwartier. Het is het tweede deel van een tweeluik en in dit deel gaat het over de geboorte van Ismael. Vanaf minuut 13 gaat het dan over het offer. Bespreek de overeenkomsten en de verschillen met het Bijbelse verhaal. Klik hier.

Bekijk bijgaande foto goed. Noem op wat je ziet, let op alle details. Kun je deze foto verbinden met het thema van deze Bijbelstudie?

In het Liedboek voor de Kerken (1973) is een lied dat past bij Hebreeën 11: De heiligen ons voorgegaan (Gezang 103)

1 De heiligen, ons voorgegaan,
hebben hier niets verworven,
maar zijn aan ‘t einde van hun baan
als vreemdeling gestorven.
Maar zij geloofden dat Gods hand
die hen tot daar geleid had
in ‘t beter, hemels vaderland
een stad voor hen bereid had.
Geprezen zij zijn naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt, zingen wij tesaam
met alle heiligen!

2 Zij trokken uit als Abraham,
door God de Heer geroepen
zonder te weten waar hij kwam,
om ‘t land van God te zoeken.
Zij zijn gestorven in zijn naam
en hebben niets geweten
dan dat Hij had gezegd: Ik schaam
mij niet uw God te heten.
Geprezen zij zijn naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt, zingen wij tesaam
met alle heiligen!

3 Die van de aarde vrijgekocht
nu rusten van hun werken,
zij spreken en getuigen nog
om ons geloof te sterken,
dat wij omgeven door de wolk
de weg ten einde lopen,
een met het heilig trekkend volk
in liefde en in hope.
Geprezen zij zijn naam!
Hij doet ons veilig gaan!
Komt, zingen wij tesaam
met alle heiligen!