Hebreeën 11 is een bijzonder hoofdstuk in de Bijbel. De lange lijst van geloofshelden blijft de aandacht trekken. Allerlei namen roepen de verhalen op zoals je die misschien al van jongs af aan kent. Ook de opening spreekt aan: wat is nu eigenlijk geloven? En sommigen losse uitspraken zetten je aan het denken. Wat bedoelt de schrijver nu precies met: ‘Ze waren voor de wereld te goed.” (11,38)? Om het hoofdstuk recht te doen, is het belangrijk te snappen hoe het past in het geheel van de brief. Daarover gaat deze Bijbelstudie.
- Vertel aan elkaar of Hebreeën 11 ook voor jou een bekend Bijbelhoofdstuk is, waarom wel of waarom niet.
- Welke andere Bijbelgedeelten zijn je favoriet?
1 De auteur van Hebreeën noemt zijn eigen geschrift een ‘woord van bemoediging’ (13,22): “Ik vraag u dringend broeders en zusters, ontvankelijk te zijn voor deze woorden van bemoediging, ook al heb ik u maar kort geschreven”. Het lijkt soms een brief. Er zijn persoonlijke groeten aan het slot (13,25 ‘de gelovigen uit Italië’). Hij doet een oproep tot gebed voor zichzelf (13,18 “Bid voor ons…”). De zegengroet (13,20-21) en de opmerking over Timoteüs (13,23) wijzen er ook op. Bovendien wordt er in het Bijbelboek op situaties gezinspeeld, die alleen voor de geadresseerden bekend waren. De schrijver maakt melding van de diensten die zij de heiligen hebben betoond in het verleden en nog doen in het heden (6,10); hij weet van het lijden dat de eerste lezers of luisteraars hebben ondergaan (10,32-34).
En toch… een kenmerkende briefopening ontbreekt. Hij stelt zich niet voor aan het begin. Geen genadegroet, zoals Paulus vaak doet.
2 En we komen die aanduiding ‘woord van bemoediging’ elders ook tegen. Paulus bezoekt in de stad Antiochië in Pisidië de Joodse synagoge. Na de voorlezing van de wet en de profeten vraagt de overste van de synagoge aan Paulus en zijn begeleiders: “Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga uw gang” (13,15). Als wij dan lezen wat Paulus doet, dan houdt hij een verkondigende toespraak (vers 15-41). Wij zouden zeggen een preek. Met deze typering preek of homilie zijn een aantal eigenschappen van het Bijbelboek Hebreeën goed te verklaren. De auteur ‘spreekt’ tot de Hebreeën (2,5; 5,11; 6,9; 8,1; 9,5). De levendige toon van onderwijs en toepassing past goed bij een preek voor een gemeente die bemoediging en waarschuwing behoeft. Hij laat merken dat hij de geadresseerden kent en presenteert zich als een leraar die met een fijnzinnig taal- en stijlgevoel de gemeente voorgaat. En met veel kennis van het Oude Testament.
- Als dit Bijbelboek een voorbeeld is van een preek uit de eerste tijd van de christelijke kerk, vergelijk die eens met de preken die wij tegenwoordig horen. Wat zijn de overeenkomsten en wat de verschillen?
3 Wie zijn de eerste hoorders geweest, van deze preek? Het gaat om christenen die al geruime tijd christen zijn. “Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraars moeten zijn!” (5,12; zie ook 10,32).
Net als de schrijver zelf, hebben deze christenen het evangelie niet uit de mond van Jezus Christus zelf gehoord. Hij heeft het over “… de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord [de apostelen]”. (2,3.4) Let op ‘ons’, de auteur sluit zichzelf in.
Het derde kenmerk: na de bekering is direct een zware tijd gevolgd (10,32-34). Daarbij was sprake van verdrukking in de vorm van gevangenneming en roof van bezit. Dat hebben de leden blijmoedig en gelovig verdragen en tegelijkertijd naastenliefde betoond (6,10).
De reden van schrijven is echter het reële gevaar van verslapping. Nergens geeft de auteur duidelijker te kennen wat hem met zorg vervult als in 10,36: “Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is” (zie ook 6,11.12; 12,12.13). Aanhoudende slapheid en traagheid kan namelijk onherstelbare afval van het geloof opleveren, zodat er geen heil of bekering meer gevonden wordt. Vandaar de vele korte en uitgebreide praktische gevolgtrekkingen vol waarschuwingen en bemoedigingen.
- Wat in onze tijd of in jouw omgeving heeft de kracht je geloof te ondermijnen? Hoe ga je daarmee om?
Lees dit verhaal en leg het verband met het thema van Hebreeën 11:
Op een van zijn reizen vond een bedelmonnik een kostbare edelsteen. Hij stopte die steen in zijn knapzak. Een paar dagen later ontmoette hij een andere reiziger en opende de zak om zijn eten met die man te delen. De reiziger kon zijn ogen niet afhouden van de steen en vroeg hem of hij hem mocht hebben. De monnik overhandigde hem het juweel zonder enige aarzeling. De reiziger bedankte de monnik en ging zijns weegs, dolgelukkig omdat de edelsteen hem zijn leven lang rijkdom en zekerheid zou verschaffen. Enkele dagen later zag hij de monnik terug. Hij gaf hem de steen en smeekte: ‘Geef me iets dat veel kostbaarder is dat dit juweel. Geef me dat wat het u mogelijk maakte afstand van de steen te doen.’
4 Het komt dus aan op geloven, volhardend geloven. “Wij echter behoren niet tot degenen die terugdeinzen en ten onder gaan, maar tot hen die door geloof behouden blijven.” Zo sluit hij hoofdstuk 10 af (10,39). Vervolgens neemt hij uitgebreid de tijd om voorbeelden te geven van hoe volhardend geloof dan werkt. Talloze mensen hebben voor dezelfde uitdaging gestaan toen God in hun leven kwam: Abraham, Mozes, Simson, koningen, profeten en priesters. Het slot van de lange opsomming onthult de clou: “Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan, omdat God voor ons iets beters had voorzien, en Hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken.” (11,39-40)
- Lees over ‘volmaaktheid’ ook 10,14. Allen die zich door Christus laten heiligen komen tot volmaaktheid. Vertel aan elkaar hoe dat in het leven van de gemeente zichtbaar wordt. Betrek er eventueel Filippenzen 3,1-16 bij.
Bekijk bijgaande foto goed. Noem op wat je ziet, let op alle details. Kun je deze foto verbinden met het thema van deze Bijbelstudie? Maak vervolgens een verhaal bij de foto: wat ging er aan vooraf? Wat komt erna?

Voor verdere studie:
- In Handelingen 7 houdt Stefanus een toespraak die iets wegheeft van zo’n lijst: hij gaat ook heel de geschiedenis van het Oude Testament door.
- Een voorbeeld van zo’n lijst vind je ook in de deuterocanonieke boeken, bijvoorbeeld 1 Makkabeeën 2,49-70.
- Een actueel voorbeeld van een lijdzaam geloof – dat vrucht draagt het verhaal van een man die met zijn gezin tot geloof komt in een Indiaas dorp. Nadat man, vrouw en kinderen hun leven hebben gegeven, komt het dorp tot geloof. Hierbij past het lied: I have decided to follow Jesus. Klik hier voor de video.
- Is er iemand uit je omgeving die een voorbeeld voor je is, in het geloof? Koop een bos bloemen en ga het hem of haar vertellen. Woont hij of zij verder weg? Stuur een bericht of kaart om je dankbaarheid uit te spreken.
