Deze Bijbelstudie is onderdeel van een serie van drie over de brief van Judas. Vanuit drie verschillende hoeken kun je alleen of met elkaar de hele brief bekijken. Wat dit Bijbelboek ons te vertellen heeft over Geestelijke strijd, dat is het onderwerp van deze studie.
Lees de hele brief hardop voor en luister een paar minuten naar deze gesproken inleiding:
1 Debat
In een gepolariseerde wereld verlangen veel mensen naar harmonie. Mensen willen gezien, gehoord en begrepen worden, niet bestreden. Bij fysieke strijd, maar ook woordenstrijd raken mensen beschadigd en soms langdurig gewond. Toch kan de wereld niet zonder strijd. Er is onrecht en kwaad dat zich niet zomaar gewonnen geeft. De brief van Judas is een bijdrage aan een strijd – de vraag is welke. En op welke manier?
- Bespreek de debatcultuur in Nederlandse talkshows (Op1, Jinek, Beau). Deel ervaringen met woordenstrijd en probeer na te gaan wat de netto winst ervan was.
- Zijn er essentiële verbeteringen in de samenleving tot stand gekomen zonder strijd? Denk aan democratie, de positie van de vrouw, de ontwikkeling van kinderen, de gelijkheid van mensen ongeacht huidskleur, seksuele voorkeur, religievrijheid.
2 Kwaad
Alles van waarde is weerloos (citaat uit een gedicht van Lucebert, 1924 – 1994). Strijden voor wat echte waarde heeft, is blijvend nodig omdat er onuitroeibaar kwaad in de mensen schuilt. In het christelijk geloof is dat een uitgangspunt: de strijd met de kwade machten moet worden gevoerd (Genesis 3,15; Efeze 6,10-20). Nu wij Christus kennen, weten wij dat de Heer al overwonnen heeft (Hebreeën 2,14-15). Ons oude bestaan is met Christus gekruisigd en daarom dood. Je kunt jezelf beschouwen als dood voor de zonde en in Christus levend voor God (Romeinen 6,11).
- Welke boodschap hoor je het meest? A De strijd is klaar, Jezus heeft gewonnen. B Strijd om Gods Rijk in te gaan en verslap niet.
Judas roept op om te strijden voor het geloof ons is overgeleverd (vers 3). Hij bedoelt daarmee onder andere dat er verzet moet komen tegen bepaalde mensen in de gemeente. Zij propageren een levensstijl die niet past bij het evangelie. Hij noemt het ‘losbandigheid’ (vers 4) of ‘ontucht’ (7) en hij ziet dat zij zich brutaal tegenover God op stellen (8 en 11).
- Zie je voorbeelden in onze tijd die vergelijkbaar zijn met het kwaad dat Judas in zijn tijd signaleert?
- Zoek eens uit waar de strijd in de kerk over ging bij de Vrijmaking in 1944 of De Breuk in 1966-68. Als die onderwerpen nu niet meer spelen, betekent dat dan dat die strijd toen ten onrechte was?
- Bespreek deze uitspraak van Paulus: “Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is.” (1 Korinte 11,19)
3 Middelen
Vanaf vers 20 blijkt hoe de strijd gevoerd moet worden. Eerst door te werken aan je eigen geloof: het fundament nog eens goed bekijken, bidden onder leiding van de Geest, de liefde goed vasthouden en veel uitzien naar de toekomst (20-21). Daarnaast gaat het om het gesprek in de gemeente. In de Herziene Statenvertaling (2010) “En ontferm u over sommigen, en ga daarbij met onderscheid te werk. Red anderen echter met vrees, en ruk hen uit het vuur.” (22-23)
- Bespreek hoe je met elkaar werkt aan het eerste deel, de opbouw van het geloof.
- Lees het gesprek van Jezus met de rijke jongeman (Matteüs 19,16-30): kunnen we daaraan een voorbeeld nemen bij Judas 22-23? Of is de harde rede tegen de Farizeeën een beter voorbeeld? (Matteüs 23)
- Het onderlinge gesprek waarin we elkaar aanspreken op verkeerd gedrag, hoe krijgt dat vorm? Aan welke voorwaarden moet een goed gesprek voldoen wil het z’n doel (de redding van de zondaar) bereiken?
- Wat vind je van deze gedachte: een christen met afwijkende gedachten heeft daar vast goede redenen voor. Daarom ga ik open het gesprek aan en vinden wij samen wel een weg uit de spanning.
4 Om verder te bespreken:
Deel ervaringen met elkaar over de Geestelijke strijd: hoe merk je dat de duivel en de demonen je belagen? Betrek hierbij vraag en antwoord 127 van de Heidelbergse Catechismus over de zesde bede van het Onze Vader: Breng ons niet in beproeving maar red ons van het kwaad.
Citaat: “De deugd is een oorlogstoestand, en om deugdzaam te leven moet men altijd een zekere strijd met zichzelf voeren.” Jean-Jacques Rousseau
Bespreek dit fragment uit het Tweede Kamerdebat over de wolf in Nederland: is er toenadering? Zou je – als je er zelf stond – een alternatieve reactie geven?
5 Overdenk in vijf minuten stilte dit liedcouplet:
God in den hoog’ alleen zij eer
en dank voor zijn genade,
daarom, dat nu en nimmermeer
ons deren nood en schade.
God toont zijn gunst aan ons geslacht.
Hij heeft de vrede weer gebracht;
de strijd heeft thans een einde.
