Een omgekeerd complot

“Ik wil dat mijn kinderen opgroeien in een vrij en beschaafd land.” Aan het woord is Flavio Pasquino. Ik denk: ja, dat wil ik ook. Net zo goed als ik droom van een eerlijke, creatieve samenleving met mooie tolerante verscheidenheid. Dat is wat Coen Vermeeren drijft. Pasquino en Vermeeren zijn twee mannen met sterke meningen over de huidige samenleving. Zij zijn erg bezorgd, want zij geloven dat een groep mensen met macht bezig is een nieuwe wereldorde op te zetten. In die nieuwe orde zullen burgers zoals jij en ik nauwlettend gevolgd worden. Het monitoren zal samengaan met belonen en bestraffen. Maatschappelijke privileges zullen worden toegekend of afgenomen. De vrijheid van meningsuiting zal slachtoffer worden, zoals wij nu al zien in de media. De recente coronacrisis kan worden gelinkt aan mensen met macht in deze wereld en, iets verder terug in de tijd, ook het drama van 9 september 2001: de aanval op de Twin Towers en het Pentagon. Het vroege najaar van 2021 stond in het teken van de herdenking van deze ramp, nu twintig jaar geleden. Ik heb documentaires gezien, het boek 9/11 Complex van Coen Vermeeren gelezen en de bundel verhalen over mensen die complotdenkers en paranoïde types genoemd worden: The Truth Is Out There van Jaron Harambam, Marije Kuiper en Roel Vaessen. Ik vind er intussen wat van. Als bewust christen. Omdat ik iets geloof over het hemelrijk, waarvan Jezus de komst heeft aangekondigd, en dat haaks staat op de aardse rijken.

1 Jezus’ dood

Mijn verhaal begint bij het verhaal over de dood van Jezus Christus. Volgens de evangelist Markus heeft Jezus zijn dood als deel van zijn missie beschouwd. (10,45) Hij voorspelde haar (8,31) en aanvaardde haar. (14,36) Het gaat niet te ver om te zeggen dat Hij de dood vrijwillig koos. Toch wijst Markus ook op een samenzwering. Al vroeg in zijn boek noteert hij: “De Farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze hem uit de weg zouden kunnen ruimen.” (3,6) Later zijn het dezelfde groepen die Jezus tot een ongeoorloofde uitspraak willen verleiden. (12,13) Dat zou zijn arrestatie kunnen legitimeren. Zij krijgen uit onverwachte hoek hulp. Jezus’ leerling Judas Iskariot verraadt zijn meester. (14,10-11 en 43-44) Zo blijkt er een groep mensen actief samen te werken om in het geheim het leven van Jezus te beschadigen tot de dood toe.

Dat is een complot. Kenmerkend is dat het gaat om een plan dat door twee of meer personen wordt opgezet. Daarbij is het doel om schade te berokkenen aan anderen. Om te voorkomen dat die anderen de plannen vroegtijdig blokkeren wordt de voorbereiding geheimgehouden.
We kunnen ook zeggen: Markus biedt hier een complottheorie. Dan veronderstellen we dat er ook andere theorieën over de dood van Jezus zijn. Misschien is het een vergismoord en is Jezus voor iemand anders aangezien. In de Koran lezen we over de dood van Jezus: “…maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd.” (Soerat 4,157; Isa is de aanduiding voor Jezus in de Koran) Vast staat dat er iemand gearresteerd is en veroordeeld tot de publieke marteldood aan het kruis. De discussie kan geopend worden: wie heeft er gelijk? Waar heeft de evangelist Markus de informatie vandaan over Jezus, de Farizeeën, de Herodianen en Judas Iskariot? Op grond waarvan ontkent de profeet Mohammed deze informatie? Wordt Markus’ verhaal door andere bronnen bevestigd? Hebben wij toegang tot de relevante data? Zijn de verschillende sprekers als auteur helder over hun motieven, doelen en belangen? Kunnen we snappen waarom zij de zaken voorstellen zoals zij doen? Dan kunnen wij onderzoeken of de complottheorie de gevonden feiten op een geloofswaardige manier verklaart. Dat doen we dan ook bij ieder die een alternatieve theorie naar voren schuift. In de zoektocht naar betekenis hopen we op de meest robuuste theorie. Dat geeft helderheid over de vraag wat wij met het vertelde verhaal aan moeten. Want verhalen vertellen we nooit zomaar aan elkaar.

2 Wetenschappelijke methode

Ik waardeer aan de bijdragen van Coen Vermeeren dat hij zijn wetenschappelijke achtergrond inzet bij zijn zoektocht naar de beste verklaring voor complexe gebeurtenissen en ongeloofwaardige verhalen. Ik had een paar jaar geleden zijn boek over Unidentified Flying Objects gelezen (Ufo’s bestaan gewoon: Een wetenschappelijke visie, uit 2013) en in de golf aandacht voor Nine-Eleven kocht ik zijn recente boek over deze aanslag: 9/11 Complex. De dag waarop men de wereld veranderde, uit 2020. Hij komt tot de conclusie dat de officiële lezing over de gebeurtenissen in 2001 veel te veel vragen onbeantwoord laat of niet bevredigend beantwoordt. Volgens hem hebben mensen en instanties binnen Amerika zelf samengezworen om deze ramp met zo’n 3000 slachtoffers te organiseren – en dus niet de negentien El-Qaeda terroristen met Mohammed Atta als hun leider. De groep Amerikanen hadden een doel, een nieuwe wereldorde, en zij hebben dit in het geheim voorbereid. Vermeeren gelooft dat vroeg of laat de waarheid bekend zal worden en betrokkenen verantwoording zullen moeten afleggen. Dan zal de wereld weten hoe het werkelijk gegaan is. Want dat is inderdaad de context waarin de waarde van een complottheorie met recht kan worden bepaald: als het geheim uitgekomen is. Stel je voor dat op een goede dag betrokkenen het eerlijke verhaal vertellen en de aansprakelijkheid aanvaarden. Dan zal de wereld de gebeurtenissen op die vreselijke dag in hun verband en betekenis begrijpen. Tot die dag moeten wij het doen met een theorie of meerdere theorieën. Het zijn de voorstellen die onderzocht en beproefd kunnen en moeten worden.

Vermeeren is jarenlang docent geweest aan de Technische Universiteit in Delft (2001-2017). Hij is getraind in de wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid. “Er zijn dus waarnemingen. Die moet je zien te verklaren en daarom begin je met een theorie of hypothese. Vervolgens doe je onderzoek en dan kom je erachter of je je theorie moet aanpassen of dat die toch het beste verklaart wat je hebt waargenomen.” (28) Hij wijst erop dat andere wetenschappers betrokken kunnen worden en toetsen wat je gevonden hebt. “Hoe meer een theorie bevestigd wordt, hoe sterker hij wordt, maar het zal naar de regels van de wetenschap, nooit een volledige waarheid kunnen worden. Simpelweg om goede theorieën alsnog in de toekomst kunnen worden ingeruild voor betere, op basis van nieuwe inzichten, nieuwe feiten, waarnemingen en metingen.” (28-29) Dat klinkt mij redelijk in de oren. De kwestie die hij bespreekt, heeft recent plaatsgevonden, heeft veel technische kanten en is van grote mondiale betekenis gebleken. Veel mensen die in die tijd macht en invloed hadden, leven nog. Kortom, ik ben welwillend als lezer en ik leef mee.

3 Wie moet je geloven?

Ik lees in het boek van Vermeeren dat de beschikbare gegevens nog een betere verklaring vergen. Waarom werden er opvallend weinig en opvallend laat militaire vliegtuigen gemobiliseerd in het luchtruim van New York toen de verschillende vluchten de WTC-gebouwen en het Pentagon naderden? Wie ging erover en welke informatie hebben we om te checken of hier opzet, misverstand of nalatigheid in het spel is? Vermeeren wijst er vervolgens op hoe wonderlijk het is dat de twee torens na de inslag van de vliegtuigen rechtstandig instorten, bijna met de vrije valsnelheid. Ik heb me nooit verdiept in de logica ervan, maar ik begrijp intussen dat dat logischerwijs niet te verwachten was. Het gebeuren veronderstelt dat de staalconstructie van de gebouwen smolt. Maar de temperatuur die daarvoor nodig is wordt niet bereikt bij brandende kerosine. Zijn explosieven een voldoende verklaring voor de enorme verstoffing die het resultaat was van het instorten of moeten we denken aan kernexplosies? Bovendien: wat veroorzaakte de ondergang van een derde WTC-gebouw, WTC 7 en, nog eens wat, waarom zijn er nauwelijks resten gevonden van het vliegtuig dat zich in het Pentagon boorde? Ik begin de radeloosheid van Vermeeren te snappen als hij het idee heeft dat niemand een echte discussie wil voeren over alternatieve verklaringen van het drama. Deskundigen vanuit allerlei disciplines roepen om nieuw onderzoek en dragen daaraan bij, maar veel anderen zwijgen – onder andere binnen de Technische Universiteiten in Nederland. De knellende vraag voor mij als gewone burger is: welke deskundige kan ik op welk (deel)dossier geloven? In hun introductie op het boek The Truth Is Out There schrijven Jaron Harambam, Marije Kuiper en Roel Vaessen: “Door een verdeling van taken hebben wij de waarheid uitbesteed aan deskundigen die weten hoe het zit en bereid zijn hun kennis met ons te delen. Wat waar is wordt daarmee vooral een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen in de integriteit van de experts en de instituten waaraan zij verbonden zijn, in de betrouwbaarheid van de onderzoekmethoden en de instrumenten die zij hanteren, in de onafhankelijkheid van de toezichthoudende autoriteiten, en natuurlijk vertrouwen in de kennis die zij als waarheid presenteren.” Ik heb niet de tijd, de deskundigheid en de gelegenheid te checken wie gelijk heeft. Wie kan ik geloven of vertrouwen? Vermeeren of de deskundigen die dit negeren of afdoen als onzin?

4 Wie heeft er voordeel?

Dit is wat mij betreft een van de kernvragen bij het bepalen van mijn positie rond complotten, zolang die nog niet door bekentenissen en bijna sluitende verklaringen zijn onthuld. Wie heeft de autoriteit om geloofwaardige uitspraken over een situatie te doen? Vermeeren maakt mij als lezer deelgenoot van zijn strijd om de waarheid rond 9/11. De ondertitel van Vermeerens boek is veelzeggend: De dag dat men de wereld veranderde. Men? Jazeker, in het voorlaatste hoofdstuk gaat hij in op de vraag wie er voordeel van kan hebben gehad bij 9/11. Cui bono? Niet Osama bin Laden en El Qaeda, stelt hij en ook niet Saddam Hoessein of de Amerikaanse belastingbetaler. Via het principe van follow the money wijst hij naar rijke en machtige Amerikanen die met olie, wapens en/of drugs nog meer geld konden verdienen. Hij veronderstelt dat zij doelgericht een nieuwe wereldorde willen vestigen en een ontwrichtende catastrofe nodig hadden om het proces te versnellen. Een nieuw ‘Pearl Harbour’, zeg maar. Met Kevin Ryan (in zijn boek Another Nineteen: Investigating Legitimate 9/11 Suspects uit 2013) wijst Vermeeren op mannen als Donald Rumsfeld, Dick Cheney, Frank Carlucci en vele anderen, onder wie invloedrijke politici uit Israël. “Er is een grote agenda die wordt gediend. Het wordt tijd dat we het hier over gaan hebben.” (374) Niets minder dan de wereldorde staat op het spel. Op de laatste bladzijde van zijn boek begrijp ik de urgente motivatie van de schrijver. Is er misschien iets goeds te verwachten uit dit alles, vraagt hij zich af? “Misschien was het ten diepste het complot om ons te doen realiseren dat we in onze eigen kracht mogen gaan staan. Ieder van ons, van groot tot klein, jong en oud, van zichtbaar belangrijk tot schijnbaar onbeduidend. Van daaruit kan de mensheid verder. Alle talenten zijn aanwezig, de planeet is uitbundig en schitterend en in staat om een eerlijke creatieve samenleving in alle verscheidenheid te huisvesten. De keus is nu aan jou. Wat ga jij doen?” (407, zie ook 406)

Wat kan ik doen? Laten we eerste eens met die vraag beginnen. Ik ben onderdeel van een wereld die de gevolgen van 9/11 ondervindt, daarover geen twijfel. Nu ik het boek uit heb, is mijn vertrouwen in de bestaande theorie beduidend minder geworden. Maar ik hoef maar even het wereldwijde web op om te zien dat mensen Vermeeren gewoon een slechte wetenschapper vinden. Zijn boek is niet precies en hij negeert net zo gemakkelijk antwoorden als de aanhangers van de theorie die hij bestrijdt.

Ik kan vervolgens bedenken dat de complottheorie ervan uitgaat dat de complexe werkelijkheid door plannen heel bewust gestuurd kan worden. De bekende schrijver Yuval Noah Hariri wees daarop in het Wintergastengesprek van eind december 2021. De werkelijkheid is onvoorspelbaar. Het sloot aan bij wat ik dacht bij de samenzwering rond Jezus’ dood. Wat nu als Judas Iskariot niet was overlopen naar het kamp van de Joodse leiders? Zij hebben dat niet kunnen plannen en door dat onvoorspelbare toeval valt dubbeltje op z’n kant de hun gewenste richting op. Met andere woorden, het samenzweringscenario veronderstelt te veel. Als de suggestie van een samenzwering waar blijkt te zijn, zal ik geschokt zijn over de onverschrokken slechtheid van de mensen die haar bedacht hebben. Mijn christelijke mensbeeld geeft me voldoende aanwijzingen om te veronderstellen dat er kwaadaardige mensen zijn, met zieke bedoelingen. Maar als dit drama waar blijkt, zal ik toch even verbluft stil vallen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik mij deze Amerikaans-Israëlische inside-job moeilijk kan voorstellen.

5 Wat ga jij doen?

Maar ben ik zo van de complotdenkers af? Nee, want zij denken na over de ideale samenleving en daar wil ik me niet vanaf maken. Sterker, daar denk ik ook over na als christen. De drie auteurs van The Truth Is Out There verzamelden en beschreven een hele serie complotdossiers: de moord op Kennedy, Graancirkels, Ufo’s, Klimaatverandering, Flat Earth en zo nog een aantal. Bij elk hoofdstuk is er iemand die de ruimte krijgt om uiteen te zetten waarom hij of zij het verhaal geloofwaardig vindt dat afwijkt van de algemeen aanvaarde verklaring. Flavio Pasquino leren wij kennen in het hoofdstuk over corona. (289-304) Hij vertelt dat zijn wantrouwen in de invloedrijke personen (onder wie RIVM directeur Jaap van Dissel), instanties en media groeide toen hij merkte hoe weinig de achtergronden en de bronnen te checken waren. Als tegenstemmen worden verwijderd uit de media in Nederland is dat voor hem een reden om heel boos te worden en te gaan denken aan een grote zwendel. (294) Ook bij Pasquino gaat het om het karakter van de samenleving: “Het gaat mij om de toekomst van ons land. Het klinkt haast pathetisch, alsof ik een patriot ben, maar zo voel ik het echt. Ik wil dat mijn kinderen opgroeien in een beschaafd en vrij land. Corona is, wat dat betreft, bijzaak.” (295) We lopen volgens hem het gevaar dat we belanden in een totalitaire surveillancestaat. En hij wijst naar de mensen van World Economic Forum.

Veel geïnterviewden worden gedreven door een stevige dosis wantrouwen tegen mensen met macht van geld en status. Ik heb daar sympathie voor. Macht corrumpeert en het is moeilijk integer te blijven. Maar toch kan ik me moeilijk overgeven aan hun alternatief. ‘Wat ga jij doen?’ vraagt Coen Vermeeren.
Nou, oké, laat ik de vraag beantwoorden: wat ga ik doen?
Mijn antwoord is tweeledig: ik relativeer die enorme drive voor die ideale samenleving. En ik probeer op mijn bescheiden plaats zelf bij te dragen aan een goede samenleving.

6 Relativering

De relativering heeft te maken met mijn het vertrouwen dat ik heb gekregen in Jezus Christus. Ik noem mijzelf zijn volgeling en het boek van Markus helpt mij om mijn vertrouwen in Jezus te versterken of te hernieuwen. Zo vind ik het dubbele verhaal van Markus over de dood van Jezus geloofwaardig. Als ik de boodschap van Jezus goed begrijp wil hij ons leren dat er vanuit de hemel op aarde ingegrepen zal worden om een echt nieuwe wereldorde te vestigen. Het rijk van God krijgt in zijn persoon gestalte en het zal alleen tot stand komen als het oude radicaal wordt opgeruimd.

Omdat de menselijke geschiedenis geen voorbeeld geeft van een geslaagde omkering, op weg naar een nieuw paradijs, vind ik het geloofwaardig dat Jezus aankondigt dat die omkering door catastrofen heen van Gods kant op ons af komt. (Markus 13) De aard van de mens verzet zich ertegen omdat het onze autonomie ter discussie stelt. We kunnen het blijkbaar niet zelf af en dat geven we niet vrijwillig toe. Zo past de samenzwering tegen Jezus’ leven bij zijn boodschap en tegelijk zijn eigen keuze om te sterven, en zijn verrijzenis – hij is immers het rijk van God in eigen persoon: het komt op uit de dood van het oude.

Als ik dat vergelijk met de islamitische versie, valt de voor mij af vanwege het inhoudelijk verschil over de persoon van Jezus. De boodschap van de Koran is dat Jezus, zeg Isa, niet gekruisigd is. Dat is consistent met de islamitische Godsleer. Als Isa een van de grote profeten in de eeuwenoude rij is (waarvan Mohammed het glanzende hoogtepunt) dan past een Godsverlaten kruisdood niet bij hem. God laat zijn dienaren niet zo los. De profeet bij uitstek heeft zijn boodschap met het zwaard verbreid en verdedigd. Terwijl Jezus zijn leerlingen het geweld afleerde (Matteüs 26,52), gaf Mohammed juist dat gewelddadige voorbeeld. Eerlijk is eerlijk, historisch onderzoek kan de beslissing over wat precies gebeurd is niet geven. Ik ben vooral gegrepen door de sterke boodschap van Jezus en de hulp die zij biedt om in deze wereld een goede plek te vinden. Hij helpt mij om de huidige werkelijkheid te duiden én te relativeren. Ik hoop met velen op een nieuwe wereldorde. En ik ben ervan overtuigd dat die niet geleidelijk ontstaat door geopolitieke ontwikkelingen, maar als een plotselinge wending vanuit de hemel waar God is. “Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont,” schrijft een van de grote volgelingen van Jezus, Petrus, in zijn tweede brief. (2 Petrus 3,13)

7 Eigen bijdrage

Zo vind ik dan tegelijk mijn eigen bijdrage aan een goede samenleving, zolang de Heer nog uitblijft. “Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters,” gaat Petrus verder, “moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen.” (3,14) Op grond van Jezus’ leven, zijn dood en opstanding vertrouw ik erop dat het kwaad niet wint en het goede aan een opmars bezig is. Nogal verborgen, maar zeer doelgericht: het kweken van betrouwbare mensen die anticiperen op het komende hemelrijk.

We zien in de actualiteit hoe politici en wetenschappers status en het winnen van kiezers belangrijker vinden dan eerlijkheid en dienstbaarheid. Liegend draaiende mensen met macht voeden het wantrouwen van de gewone burger. Kritische mensen met dadendrang gaan demonstreren en weigeren het beleid voor de toekomst te accepteren. Ik snap dat als je meent dat wij hier samen een eerlijke, vrije, diverse en tolerante samenleving kunnen creëren waar mensen met macht hun eigen belangen ondergeschikt maken naar het gemeenschappelijk goede, ware en schone. Laat ik het ronduit zeggen, ik geloof niet dat zo’n samenleving door mensen geconstrueerd kan worden. Ook niet door christelijke politiek. Het spel van de macht moet gespeeld worden om de pluriforme en complexe samenleving een beetje leefbaar te houden en dat is mooi zat. Integriteit en dienstbaarheid zijn kwaliteiten die wij moeten aankweken in onze cultuur, maar het koninkrijk van God is dat niet. Zelfs niet de eerste stap in die richting. Dat maakt dat ik het denken in complotten en het onderzoeken van de theorieën niet zo belangrijk vind. Voorafgaand aan Jezus’ terugkeer kun je door de hond gebeten worden of door de kat, gebeten word je toch. Ik kan hooguit mijzelf voornemen om zelf niet al te bijterig te zijn.

Dat is mijn bijdrage. Nederig van hart wil ik zijn, treurend, zachtmoedig, hongerend en dorstend naar gerechtigheid, barmhartig, zuiver van hart, vredestichtend en bereid om onrecht te ondergaan vanwege de Heer. (Matteüs 5,3-12, zie ook de vrucht van de Geest in Galaten 5,22) Dat helpt me ook bij de angstwekkende gedachte dat er kwaadaardige, samenzwerende mensen op aarde rondlopen. Ik geloof dat die er zijn. Ik zal voor zover ik kan proberen alternatieve verhalen over gebeurtenissen te wegen. Want ik ben nieuwsgierig, ik denk na en, het belangrijkste, ik wil mensen iedereen serieus nemen. Want diep in mij woont het vertrouwen dat veel mensen sociaal toch deugen. Wij moeten elkaar moreel en idealistisch een eind tegemoet kunnen komen. Vermeeren ziet een ‘eerlijke creatieve samenleving voor zich, in alle verscheidenheid’, Pasquino gaat voor ‘beschaafd en vrij’. Ik help het hen hopen, al heeft mijn ervaring geleerd: alles staat of valt met de vraag wie de macht en de invloed heeft om die ruimte te bewerken en te bewaken.

Het is net als bij het Bijbelse paradijsverhaal. (Genesis 2 en 3) Daar wordt, wat mij betreft, de menselijke conditie ten volle getypeerd: de mens krijgt de opdracht om de tuin van Eden te bewerken en erover te waken. (Genesis 2,15) Er staat niet bij waarom de Schepper zijn eigen maaksel zoveel verantwoordelijkheid gaf. Het blijkt namelijk te veel gevraagd bij de duivelse verleiding om de gehoorzaamheid aan de Schepper op te zeggen. Ik leer uit dit Bijbelse verhaal dat alleen de Schepper zelf de nieuwe wereld kan creëren. En ik leer uit alle verhalen van na de verdrijving uit het paradijs dat de mens-met-macht heel snel de vrijheid, de creativiteit en de verscheidenheid gaat beknotten voor eigen gewin. Politiek is een laag bedrijf. Mediamacht en de drang naar kijkcijfers zitten op hetzelfde lage niveau. Lage motieven drijven tot lage daden en brengen ons ver uit de buurt van wat Jezus bedoelt met het Rijk van God.

Ik heb van hem geleerd om te bidden voor ‘koningen en hooggeplaatsten’. (1 Timoteüs 2,2) Ik vraag God of hij mensen met macht zo vol zijn Jezus’ Geest wil maken dat zij die houding nederigheid, zachtmoedigheid, barmhartigheid en al die andere hemelrijkkenmerken laten doorwerken in hun handelen. Het is zoiets als het omgekeerde van een complottheorie: het is het doelbewuste plan van God om de mensen ten goede te veranderen en de wereld te redden. Als wij dat nu eens met z’n allen doen, als volgelingen van Jezus, dat bidden, dan erkennen wij dat God in actie moet komen wil het nog wat worden (het komt niet vanzelf goed) en dragen wij bij aan de huidige wereldorde. Een christen leidt ‘een rustig en ongestoord leven, in alle vroomheid en waardigheid,’ aldus de typering van de heilige apostel Paulus. (het vervolg van 1 Timoteüs 2,2) Er is niets geheims aan.


Naar aanleiding van: Coen Vermeeren, 9/11 complex: De dag dat men de wereld veranderde.3 [Breda], Obeliskboeken, 2020. Klik hier voor de persoonlijke website van de auteur: “Coen Vermeeren is gepromoveerd luchtvaart- en ruimtevaartingenieur. Hij doceerde eerste- en tweedejaars studenten van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft de vakken Vliegtuigmaterialen, vliegtuigconstructies en productietechnieken in de periode 2001 – 2011. Tussen 2003 – 2017 was hij ook Hoofd Studium Generale van de TU Delft.”

Als motto voor het laatste hoofdstuk over recente ontwikkelingen rond 9/11 staat het geladen citaat van Mahatma Gandhi (ten onrechte genoteerd als Ghandi – maar dat terzijde): “Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, daarna bevechten ze je en dan win je.” (377)

Jaron Harambam, Marije Kuiper, Roel Vaessen. The Truth Is Out There.3 Amsterdam/ Antwerpen: Volt, 2021.

Coen Vermeeren, Ufo’s bestaan gewoon: een wetenschappelijke visie. [Utrecht], Ankh-Hermes, 2013. Ook in dit boek eindigt hij met een aanspraak aan de lezer: “We zijn allemaal onderzoekers van het universum en die verantwoordelijkheid ligt nooit bij een ander. Uiteindelijk ligt die bij u.” (192)

Klik hier voor de bespreking van het 9/11 boek van Vermeeren op de site Klopt dat wel?

Toegift:

Eenmaal bezig met het complot rond Jezus’ dood, ging ik op zoek naar andere samenzweringen in de Bijbel. Omdat Paulus’ levensweg erg lijkt op die van Jezus, verbaast het niet dat er ook rondom zijn arrestatie en rechtszaak in Jeruzalem van een samenzwering sprake is: Handelingen 23,12-35.

Bekend zijn ook de zonen van aartsvader Jakob die samenzweren tegen hun broer Jozef, Genesis 37. Gods geliefde koning David beraamt een complot tegen Uria, de man van Batseba en betrekt zijn legerleiding daarin, lees 2 Samuel 11.

Opvallend is dat de HEER zijn profeet Jesaja nogal wat nuchterheid bijbrengt in een tijd waarin complottheorieën de ronde deden, Jesaja 8,12: “Toen greep de HEER mij bij de hand en hield me voor dat ik me anders moest gedragen dan dit volk. Hij zei: ‘Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt, heb er geen ontzag voor.’” Maar ja, zo direct de stem van de HEER vernemen, daar kun je nu alleen maar van dromen.

Transformerende ervaringen

Ineens dacht ik: ‘The End of Youth Ministry’, betekent dat nu het einde van het jeugdwerk of het doel ervan, zeg maar het beoogde resultaat. Door M getipt kwam kort geleden in terecht bij Rooted Ministry, opgezet om kerken en ouders toe te rusten en in staat te stellen om trouw jonge mensen te begeleiden in de richting van een levenslang geloof in Jezus Christus. In een podcast ging het over een recente publicatie van Andrew Root. Hij is Carrie Olson Baalson Professor of Youth and Family Ministry at Luther Seminary in het Amerikaanse St.Paul. Omdat ik me bevind in een werkwerkelijkheid van een jonge gemeente kocht ik zijn boek: The End of Youth Ministry? Why Parents Don’t Really Care about Youth Groups and What Youth Workers Schould Do about it. Meer nog dan het uitdagende vraagteken was de ondertitel aantrekkelijk. Veel ouders hebben torenhoge verwachtingen van het kerkelijke jeugdgroep. Maar intussen is bij velen het geluk van de kinderen prio nummer 1. En dat betekent dat ontspanning, sport, muziek of wat dan ook super belangrijk is. Niet de avond voor de kerkelijke jeugdgroep maar het deelnemen aan de sportwedstrijden en of het bijbaantje op zondag. Ik zie van nabij de kant van jeugdwerkers in de kerk en vooral de lichte radeloosheid: wat moet je doen om uit die tweederangs positie te komen? Is dat nog mogelijk of moeten we de strijd opgeven? Prof. Andrew Root schiet te hulp met dit boek en ik kan niet anders zeggen dat het lezen de tijdsinvestering waard is. Dit boek ondersteunt allen die zich afvragen wat jeugdwerk in de kerk betekenen kan anno nu. Hier een leesverslag.

Root giet het denkproces in zijn boek in de vorm van aantal gesprekken met mensen die ertoe doen bij dit onderwerp. Zo neemt hij ons mee in de gesprekken met drie sets ouders: de Rodriguez-Eriksons, de Tuckers en de Dahls. Het zijn levensechte conversaties die naar boven halen dat de ouders vooral uit zijn op het geluk van hun kinderen. Dat wil zeggen het afschermen van mogelijk emotionele schade en het laten vinden van ‘hun ding’. “Ik young people can’t find their thing, receiving the affirmation and recognition of who they are through this thing, they will be lost in knowing who they are.” (48) Root wijst er vervolgens op dat het uitvinden van wie je echt bent een individuele, innerlijke zoektocht is. Het gevoel krijgen van This is me, zoals Demi Lovato in een leuke clip ons laat zien (klik hier)

Root bouwt hier voort op de analyses over identiteit en de seculiere tijd van de Canadese filosoof Charles Taylor: het woord recognition staat erbij centraal. De verwachting van ouders is dat jeugdwerk in de kerk aan die identiteitszoektocht bijdraagt. De jeugdgroep mag één van de bijdragen zijn en wordt zeker niet de centrale. Het komt in de marge. “But full acceptance of the internal sense of identity seems to inevitably push youth ministry and, more importantly, Christianity (or even religious ways of being and knowing) to the margins.” (65, zie ook 124 en 162).

Daar heeft het jeugdwerk geen antwoord op. (164) Root helpt dat antwoord te vinden door de verbinding met ‘het goede’ weer te leggen. Elke identiteitsvorming is gericht op een groot Goed in je leven. Wat opent voor jou een mooie toekomst, een vol of voller leven? Een jongeman kwam aan Jezus vragen wat het goede is dat hij zou moeten doen om het eeuwig leven te beërven (Matteus 9,16vv, zie Root 2, 7, 145-146, 167) Vanuit het geloof in Jezus Christus kunnen we dan zeggen dat God, onze Schepper, de bron van het Goede is. De ontmoeting met Hem, dat is waar het doel van het jeugdwerk in gelegen is. “Youth Ministry is for the Good. For youth ministry to be about God, it must be about seeking and follwing the Good. Youth ministry’s aim is not just a good life – every basketball camp, debate club, and computer club claims to deliver this. This good life offers – and sometimes provides – happiness, identity, and recognition. Yet what youth ministry aims for is a Good life. It seeks to give young people visions and practices in which the point of life is to encounter and particpate in the Good. It aims for the Good as an end, and it seeks an encounter with God as the source of the Good.” (115)

Wij leven narratief en dat wil zeggen dat jongeren in de christelijke gemeente hun eigen persoon kunnen leren kennen door de verhalen. “The chruch as a whole must pass on narratives through their own personhood, which young people can live within.” (164, zie ook 151 en 188) En dan komt het erop aan die verhalen te stempelen door Christus. Christus’ verhaal van dood en opstanding is onze identiteit. Dat kunnen transformerende ervaringen worden in het leven van jongeren, die een vreugde zullen geven die boven fun en leuk uit gaat. (68, 109vv, 111, 169, 184, 191v) Het wordt een ‘open leven’ met de ervaring dat de ontmoeting met God je steeds meer tot je menselijke bestemming brengt. Tegen het einde van het boek brengt Root ons bij Paulus die door de Heer zelf getransformeerd werd (zie Handelingen 9,4-5). “Pauls zo deeply identifies with this event that it recasts his identity.” (197) Het is een verhaal dat alleen al in het boek Handelingen meer dan eens verteld wordt. Kijk dat bedoelt Root: verhalen vertellen! In zulke dialogen leer je jezelf kennen.


Andrew Root, The End of Youth Ministry? Why Parents Don’t Really Care about Youth Groups and What Youth Workers Schould Do about it. Grand Rapid, Michigan: Baker Academic, 2020.

In een voetnoot typeert hij Growing young (89 noot 34): “… they teeter on this line of making ecclesial recognition more of a central driver than divine action of obedience to dicerning and following the living Jesus. What ultimately mobilizes their mutual initiatives is church recognition – which they believe will win retention.” Vertaald: “… ze wankelen op de lijn om kerkelijke erkenning meer een centrale drijfveer te maken dan goddelijke actie van gehoorzaamheid aan het onderscheiden en volgen van de levende Jezus. Wat uiteindelijk hun wederzijdse initiatieven mobiliseert, is kerkelijke erkenning – waarvan zij geloven dat ze behouden zullen blijven.”

En een eervolle vermelding van Brené Brown: “We’re too tired to be vulnarable enough to share these events that make us (enter Brené Brown).” (191)

Heel verhelderend vond ik de analyse die Root geeft over het ressentiment dat met streven naar erkenning meekomt. Ressentiment is het gevoel dat je onrecht bent aangedaan, verwond door een of andere gebeurtenis, en je miskent wordt. (86v, zie ook 138, 156, 182, 223) Wie streeft naar erkenning door z’n omgeving kan jaloers worden van de meerdere aandacht die anderen krijgen. De vriendschap die Jezus aanbiedt en realiseert in zijn levensverhaal helpt om het ressentiment te ontsnappen. (220, zie bijzonder 223) Christus vriendschap is een doel in zichzelf en geeft je alles, ook als je ziet de Heer ook anderen zijn volle aandacht geeft. Jij krijgt niet minder als je ziet hoe Hij ook in het leven van anderen volop actief is.

Uitstekende reflecties

De dichter Gerrit Achterberg (1905 – 1962) schreef eens het volgende gedicht: En Jezus schreef in ’t zand

Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in ’t zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.

De schriftgeleerden, die Hem aan de tand
hadden gevoeld over een vrouw, van hete
hartstochten naar een andere man bezeten,
de schriftgeleerden stonden aan de kant.

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.

En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.

Uit: Verzamelde gedichten. Amsterdam: Querido, 1984.

“Ik oordeel niet.” Die woorden zorgen ervoor dat de overspelige vrouw vertrekt, ‘als een kind zo licht’. Zij weet heus dat zij schuldig is. Maar de houding van Jezus zorgt ervoor dat zij zich niet zomaar in de volgende affaire zal storten. Zo werkt het geestelijke woord van de Heer (lees het verhaal in Johannes 8,1-11). Ik moest eraan denken, nu ik het mooie boek Spiegelzalen uitheb. Het is een belangrijk boek met reflecties op huwelijk en scheiding, zoals de ondertitel typeert.

De cover toont ons de ingang van een herenhuis. Het raam spiegelt, je bent zomaar benieuwd wat je binnen zult aantreffen. Eenmaal binnen mag je eerst naar boven, de zolder met boeken en schilderijen, auteurs en voorgangers die iets Bijbels en gelovigs te melden hebben over huwelijk en echtscheiding. Dan, een verdieping lager, onvoorstelbaar eerlijke verhalen van mannen en vrouwen en hun moeiten met elkaar. En ten slotte krijg je via de interview-methode de reactie van gezinsbegeleider, de relatietherapeut, de scheidingsmediator en de pastor. Het boek is voornaam uitgegeven, met leeslint en wil echt meer zijn dan de zoveelste wegwerp paperback in de christelijke boekenwereld. Complimenten voor schrijvers en uitgever!

En we mogen de auteurs, Jan Willem van Dommelen, Maria de Jong-Kruif en Anje Slootweg, zeer dankbaar zijn dat zij een interdisciplinaire benadering presenteren. Dat is in de praktijk allang duidelijk, mensen van zijn vanuit verschillende kanten bezig hulp te bieden aan stellen met huwelijksproblemen en in echtscheidingsprocedures. Intussen werken zij vaak zonder onderling contact. Dat is jammer en de scheidingsmediator hoopt dan ook vurig dat inzichten als Emotionally Focused Therapy (EFT) doorwerken in kerk en pastoraat (126, voor meer info, klik hier). Laat ik er mijn verlangen aan mogen toevoegen: dat stellen in moeilijkheden het aandurven om het toe te staan de hulpverleners om hen heen te laten overleggen. Er is nog veel terughoudendheid, merk ik, gevoed door angst en schaamte.

Heel sterk is de oproep om als buitenstaander of omstander niet te oordelen over een stel in scheiding. Schrijf, net als Jezus, met je vinger in het zand. “Kijk daarom niet terug naar dingen die fout gingen, maar help elkaar voor de toekomst het goede spoor te houden. Zo omgaan met mensen die vastlopen en scheiden, dat zijn we schrijven in het zand gaan noemen” (44) De relatietherapeut zegt het nog sterker: “In de kerk merk ik het ook, ik voel het ook: de veroordeling, de meewarigheid. (…) En uit de niet-christelijke hoek komt zomaar de genade stromen. Mensen kunnen oprecht vragen hoe het is, aan mij en aan onze kinderen, zonder dat ze al een beeld, een oordeel hebben. Dat is voor mij genade.” (117) Heel herkenbaar, ook uit de ervaring die ik opdeed in het pastoraat. Kerkleden die tot hun verwondering merkten hoe genadig niet-christenen zijn – dat zegt wat over de geloofsgemeenschap.

Waar ik ook blij mee ben is het voorstel om met gescheidenen na te denken over een ontkoppelingsritueel. De huwelijkssluiting is het ritueel om te koppelen. Met de HERE zelf, de familie, je vrienden en Gods gemeente als getuigen beloof je liefde en trouw. Je noemt naam en toenaam en houdt elkaars rechterhand vast. We zingen een zegenlied, het bruidspaar knielt en na het gebed, legt de voorganger hen de handen op. Links en rechts worden tranen weggepinkt.
En dan de scheiding. Zelden krijgt dat de nodige aandacht in de gemeente. Ik weet de oorzaak wel: onveiligheid. Angst voor oordeel. Schaamte. Onzekerheid bij voorgangers: wat moet je bidden of zeggen? Wel, Spiegelzalen komt met ideeën, voorstellen. Een ontkoppelingsritueel: “Je geeft elkaar de ringen terug, vraagt vergeving voor alle fouten die je hebt gemaakt, wenst elkaar Gods zegen toe over je verdere levensweg en verklaart dat je elkaar met respect zult blijven behandelen en het belang van de kinderen altijd boven alles zult stellen. Naar je kinderen kun je verklaren dat je beiden altijd goed voor ze zult zorgen en van hen zult houden. Zo vraag je de steun van God in de heel en de mensen op aarde om je reis alleen, maar verzoend met elkaar, te vervolgen. Net als toen. Ik ben ervan overtuigd dat daar heel veel zegen van kan uitgaan.” (153, zie ook 128)

Amen! Heel goed! Dit sluit aan bij waar ik al langer mee bezig ben: met de betrokkenen een weg zoeken om de scheiding geestelijk te verwerken. Misschien niet direct in de publieke eredienst. Maar in een kleinere kring van families, vrienden, geloofsvrienden. Of een kring of mini-wijk. Maar doe in elk geval iets ten overstaan van de HERE aan wie je allereerst je beloften hebt gedaan. Zeg hardop: het is ons niet gelukt. Deze beloften nemen we terug. Wilt U ons vergeven en ons er niet op blijven aanspreken? Dan kun je ook nieuwe beloften geven, zoals hierboven al beschreven.
Nu lijkt het in het boek zo dat het loslaten van elkaar als huwelijkspartners als vanzelf duidelijk maakt dat je elkaar als broer en zus in Christus liefde verschuldigd blijft. “Beloften blijven, maar kunnen een andere invulling krijgen. Hoe dan precies? Bijvoorbeeld dat ik de ander hoog houd bij mijn kinderen, bij mijn ouders, bij de mensen om hen heen. Het voor hem of haar opneem als negativiteit en oordeel de overhand krijgen.” (125, zie ook 149,150) Erg waar, maar is het niet goed dat ook concreet aan elkaar te beloven met het noemen van de naam van je ex? Zoals de algemene liefdesplicht er was en je toch op een mooie dag elkaar liefde en trouw belooft – zo ook bij het afscheid van elkaar, zou ik denken. Als je dat in kleine kring doet, kan het daarna met de gemeente worden gedeeld. We moeten de schaamte voorbij zien te komen. Want dat doet op dit moment afbreuk aan het geestelijke leven van de gemeente. We vieren de mooie dingen en houden de gebrokenheid besmuikt onder het tapijt. Geestelijk onvolwassen.

Spiegelzalen laat je in gelovig licht hardop na denken over pijnlijke plekken die je liever niet aanraakt. Tot slot daarom nog een fraaie passage over de heilzame houding van ‘schrijven in het zand’. De pastor is aan het woord, op de begane grond: “Weet je nog, de vrouw die op heterdaad betrapt was op overspel en geoordeeld en gestraft moest worden. Maar Jezus schrijft in het zand. Dat is zo pastoraal. Hij doet niks, Hij zegt niets, Hij veroordeelt niet terwijl toch de feiten spreken. … En de vrouw, zij begrijpt: bij deze Jezus ben ik veilig. Hij bevrijdt haar uit haar angst voor veroordeling en dan pas kan Hij haar helpen uit haar angst voor veroordeling en dan pas kan Hij haar helpen goede beslissingen te nemen, haar leven op een ander spoor te krijgen. Eerst hoort ze de stem van Zijn liefde en nodigt hij haar uit alle angst bij Hem te brengen. Alle zonden, alle mislukkingen. Pas dan zegt Hij: “Loop maar niet meer bij mij vandaan.” Dat is dus je rol als dominee: eerst samen pijn hebben en dan samen naar de Heere, bij Wie geen oordeel is. Het veilig is. En pas daarna samen zoeken naar zijn Weg.” (145)


Naar aanleiding van: Jan Willem van Dommelen, Maria de Jong-Kruif en Anje Slootweg, Spiegelzalen: Reflecties op huwelijk en scheiding. Heereenveen: Groen, 2021.

Liturgie van het alledaagse

Ik kreeg laatst een fraai boekje cadeau. Het gaat over het gewone leven, de alledaagse gebruiken, zoals wakker worden, tandenpoetsen, restjes eten, in de file staan, nou ja noem maar op. Kun je dat als christen op een of andere manier verbinden met je geloof in de Heer? Tish Warren schreef daarover heel inlevende verhalen. Veel eigen ervaringen en wel zo dat je er binnen de kortste keren je eigen toestanden aan weet vast te knopen. Zij weet wakker worden te verbinden met de doop. In de file staan met God die geen haast heeft. Een vriendin bellen met de gemeente en gemeenschap.
Warren verwijst vaak naar de Anglicaanse liturgie die zij als deelnemer en voorganger goed kent. Voor mij als gereformeerd predikant is er veel herkenning. Als gewoon gelovige is het boekje een opsteker. Ja, zo heilig is het alledaagse leven. Het is een aanrader voor iedereen. De Nederlandse vertaling is prima en Janneke Burger-Niemeijer schreef een treffend Woord vooraf. Het is een troostend boek, zegt ze, omdat het alledaagse leven ‘zo leeg kan voelen, kaal en karig’. (9)

Ik heb het boekje uit. Zou ik ook kunnen wat Tish doet? De serie van tien voorbeelden is ten slotte maar een bloemlezing uit een veelvoud van dag-en-nachtervaringen. Welaan, ik neem de handschoen op. Hier komt mijn beknopte poging tot een nieuw hoofdstuk.


Pillen slikken – vermoeidheid en een HEER die ’s nachts wat met je doet.

Drie keer per dag druk ik een capsule uit een zilverkleurige strip van tien exemplaren. Knaloranje ligt hij in mijn hand tot ik ‘m verzwelg met een slok water. De werkzame stof is bedoeld om mijn onrustige benen tot bedaren te brengen. Het is een bescheiden kwaal, ik weet het, maar in de loop van de jaren werd steviger bestrijding toch raadzaam. Als ik me ontspan, bijvoorbeeld aan het einde van de dag, trekken de spieren in mijn kuiten zich onwillekeurig samen. Ik kan de kuiten aanspannen, ik kan stampen met het betreffende been, ik kan gaan staan om televisie te kijken en soms wat lopen. Maar de laatste jaren namen de benen de vrijheid ook mijn nachtrust te verstoren. Toen trok ik een lijn. Tot hiertoe, nu ga ik naar de dokter!

De lijst met bijwerkingen van de oranje jongens is nogal fors. Vermoeidheid is bij mij wel het meest aanwijsbaar. En dat levert dus dit aparte resultaat op: als ik de pillen niet neem, ben ik ’s morgens moe door de nachtelijke escapades van mijn onderstel, en als ik de pillen wel neem ook! Het enige dat me weerhoudt om het driemaal daags slikken te stoppen, is dat ik vermoed dat de kwaal intussen verergerd is en dus de ellende groter. Misschien moet ik een hogere dosis aan de huisarts  vragen?

Alles verzet zich in me en ik ben al lang en breed gestopt om de Restless Legs aan de Almachtige voor te leggen. Klein leed, kan je je daarmee Boven presenteren als we geregeld over kanker, hersenbloedingen en meer dan dergelijke zwaar ontregelende ziekten bidden? Ik ben in de categorie ‘vleesdoornen’ terecht gekomen. De heilige apostel Paulus is de voorzitter van de ervaringsgroep en ons motto is: de genade van de Heer is ons genoeg. (2 Korinte 12,9) En zo wordt deze alledaagse treurigheid een oefening in relatie-denken.

Vrijwel alles rond onrustige benen is een individueel gebeuren. Natuurlijk weet M (’s nachts naast me in bed) dat mijn benen tekeer gaan. Maar zij is gezegend met een robuuste slaap en voelt zich geen slachtoffer van mijn kwaal. Het bestrijden van de ziekte is nu gericht op het wegenemen van de effect van de spiersamentrekkingen. Op een Nationale Actiedag voor de strijd tegen RL hoeven we niet te rekenen zodat het onderzoek naar de diepste oorzaak toch wat achterblijft. Hoe dan ook: mocht de Heer in zijn goedheid mij bevrijden van de onrust in mijn benen dan is dat vooral tot heil en nut van mijzelf.

Dat wil dus zeggen dat ik moet dealen met standaard vermoeidheid bij het ochtendgloren. Dat hoeft niet tot standaard halvering van de werkzaamheden te leiden. Ik kijk waar ik rustmomenten inlas. Het hazenslaapje na de avondmaaltijd begint vertrouwd te worden. En zo krijg ik meer verplichte rustmomenten.
Nu was de sabbat destijds voor Israel nooit slechts een optie of advies. De HEER gebood en het gebod was voor Israël met voorschriften omgeven om de neiging tot handel en arbeid de kop in te drukken. Positief bedoeld was rustdag een uitnodiging om je tot de Heer van de sabbat te richten. Hij creëert vrije ruimte die je kan invullen om wat samen met Hem te doen. Een soort spiritueel uit eten gaan en werken aan je relatie.

Nu ik de opgelegde rust met slaap invul, kom ik er nog het dichtste bij met de woorden van Psalm 127: “Vergeefs is het dat je vroeg opstaat, je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood – hij geeft het zijn lieveling in de slaap.” (127,2) ‘Zijn lieveling’, kijk dat bedoel ik: die pillen zijn bedoeld als oefening in ‘relatie-denken’.


Naar aanleiding van: Tish Warren, Liturgie van het alledaagse: Heilige gebruiken in het gewone leven. Franeker: Van Wijnen, 2018. Vertaald uit het Engels door Monica van Bezooijen: Liturgy of the Ordinary: Sacred Practices in Everyday Life. Voor de Nederlandse vertaling schreef Janneke Burger-Niemeijer het Woord vooraf.

Met ‘Samenspraak’ de hemel in

“Jij stelt soms van die vragen waarop jij graag zelf het antwoord geeft!” Een goede collega gaf me na de opname van een podcast deze reactie. Hij was er niet blij mee, zoveel was duidelijk. Ik gaf ‘m direct gelijk. Dat is een naar trekje van me, zeker als ik lekker op dreef ben in een gesprek. Het is een vorm van vragend iets toevoegen aan het gesprek of een suggestie met dringende kracht.

Deze twee typeringen zijn voorbeelden van gespreksinterventies. Een serie van dertien interventies staat op een rij in een van de hoofdstukjes in Samenspraak: 30 communicatiemodellen voor het onderwijs. De auteur is mijn goede vriend Kees van der Vloed, onderwijsadviseur bij Driestar Educatief en docent bij Penta Nova, academie voor schoolleiderschap. Hij heeft als motto een fragment uit een gedicht van mij voorin gezet:

Wij houden onze mond
gespannen dicht.
We zoeken naar de ziel.

Voeg aan dit alles toe dat hij mij een exemplaar ten geschenke gaf en je voelt: hier kan geen onbevooroordeelde recensie volgen. Daarom smeer ik het er dik bovenop: wat een heerlijk helder, nuttig, noodzakelijk en prettig boekje. Ik zit niet in het onderwijs, maar geloof mij, iedereen die op enigerlei wijze in teamverband samenwerkt heeft hier baat bij. Ik denk er zelfs over het kleinood aan te bevelen aan trouwlustigen of anderen die een duurzame relatie starten.

Kees maakt volstrekt waar dat hij de verschillende modellen onbevooroordeeld beschrijft. Hij prijst noch laakt een van de 30. Lucide wordt de werking van elk model ons voorgesteld en ik had bij de lezing van de meeste beschrijvingen al een casus uit eigen ervaring paraat. Maar wie dat niet heeft, krijgt boeiende toepassingen en voorbeelden mee. Is dat nog niet genoeg: oefen dan vrijuit met de opdrachten die hij toevoegt. De auteur heeft zich grondig verdiept in de oorsprong van zulks moois opdat de eer voor het verzinnen ervan ook zal gaan naar wie dat toekomt. Hulde, lof en hulde alom dus.

Ik ga nog even door: het zo intens geslaagde en goed gekozen motto duidt erop dat het Kees om meer gaat dan alleen mensen helpen met goed communiceren. ‘Wij zoeken naar de ziel.’ Het gaat Kees om onderwijs van hoogwaardige kwaliteit. Communicatie als kunst en kunde wil daaraan bijdragen – minder niet. Communicatief blunderen is zo gedaan, ik weet er alles van. Met goede kennis kunnen we oefenen om te geraken in de gelukkige sfeer van dialogen waarin alle deelnemers zich serieus genomen weten. Wie wil dat niet? En daar gaat dit boekje aan meewerken als je het binnen handbereik houdt. Want één keer lezen is goed; het boekje erbij pakken zo vaak als er iets niet helemaal lekker loopt, is beter. En zo geregeld gebruiken dat je met de modellen kan schaken op het bord van de intermenselijke verhoudingen – dat is wat Kees hoopt. Geloof me, ik ken hem.

En als je het boekje op een weldadige, zonnige en mooi begonnen veelbelovende dag in de hand hebt, kijk dan op bladzijde 12 en zoek de fout in het grijze tekstvak. Terecht, zo’n mooi boekje moet ergens een smet hebben. Kees is geen halfgod.

Naar aanleiding van: Kees van der Vloed, Samenspraak: 30 Communicatiemodellen voor het onderwijs. Soesterberg: Aspekt, 2021. De illustraties voegen echt iets toe. Zij zijn gemaakt door Marijke Bakker (marijkeart.nl).