Wij zijn Enos

“Ook Set kreeg een zoon die hij Enos noemde,” lees ik in de Bijbel aan het slot van Genesis 4. Enos betekent eenvoudig mens. Wel met de bijbetekenis ‘zwak, sterfelijk’. Het lijkt wel of de mens na de dood van Abel, het lot van Kaïn en de grootspraak van Lamech zijn onmacht is gaan beseffen. Het hoort bij de menselijke conditie om teveel te willen en tegelijk tekort te schieten.

Ik moest eraan denken toen ik het boek van prof. dr. Damiaan Denys (* 1965) uit had. Hij publiceerde vorig najaar Het tekort van het teveel. “Damiaan Denys denkt, behandelt, en onderzoekt tekorten in het leven door te laveren tussen filosofie, psychiatrie en neurowetenschap,” schrijft hij op zijn website en dat toont hij in dit boek. Het gaat over de paradox van de mentale zorg. Nederland heeft een hoogontwikkelde geestelijke gezondheidszorg en tegelijk een aantal hardnekkige problemen ermee. “Hoe moeten we begrijpen dat 89 procent van de Nederlanders verklaart gelukkig en gezond te zijn, maar 42 procent aan een psychische stoornis lijdt? Het contrast bij jongeren is nog fascinerender, omdat 95 procent zich gezond en gelukkig waant en de psychische klachten als nooit tevoren bij jongeren toenemen?” (124) De toename van de vraag, de bureaucratisering en versplintering van het aanbod, een blijvend tekort ondanks een enorm budget, het zijn maar een paar zorgen uit een groot palet. Denys is als in Nederland werkende Belg een relatieve buitenstaander. De Nederlandse casus gebruikt hij om naar de kern van het probleem te zoeken. Hij komt uit bij het woord ‘paradox’: “Hoewel men behoedzaam met het predicaat dient om te gaan, mag de crisis van de geestelijke gezondheidszorg paradoxaal worden genoemd. Een paradox is een interne contradictie die de rede tart. (…) Elke poging om binnen de paradox tot een oplossing te komen, strandt op een onmogelijkheid omdat een oplossing op het niveau van het probleem geen uitweg biedt.” (15, zie ook 176-189)

Kijk, dan heb je mij wel te pakken. Dit wordt boeiend. Ik vind dat hij over ’t algemeen zinnige praat doet als hij aan de opinietafels aanschuift. Nu ik zijn boek gelezen heb, ben ik wijzer geworden. Iets over de psychiatrie en de lastigheden van de geestelijke gezondheidszorg. Meer over de manier van denken over complexe processen en vooral iets over de levensvisie die zich schuilhoudt in ons verlangen naar zorg, hulp en resultaat: “Mensen zijn menselijk en scheppen daarom tekorten door menselijke zwakheid. Is het niet fascinerend dat alle synoniemen van het begrip ‘menselijk’ alleen op tekorten wijzen: sterfelijk, vlees en bloed, feilbaar, zwak, fragiel, onvolmaakt, kwetsbaar, vatbaar, dwalend, foutgevoelig; maar ook lichamelijk, vleselijk, medelevend, vriendelijk attent, begripvol, sympathiek, verdraagzaam; benaderbaar, toegankelijk. Niet het teveel maar het tekort kenmerkt de mens.” (246)

Wij zijn Enos dus. In de wereld van Kaïns en Lamechs. Wij zijn mondig geworden en ons zeer bewust van onze wensen. Wij zijn eraan gewend geraakt dat we de ene dag bestellen en de volgende dag geleverd krijgen. “De ideale mens, zo bespraken wij eerder, is het idee van de mens als een productief product. We dienen ons zo maximaal mogelijk te verwerkelijken, ons als een product zo goed mogelijk te voltooien, door zoveel mogelijk te produceren.” (222) Vanuit die visie is lijden een soort technisch defect. We moeten het zien op te lossen – om door te kunnen. Zo wordt het lijden ontdaan van z’n persoonlijk vormende waarde. Lijden kan namelijk betekenis krijgen omdat het een onderdeel vormt van je levensgeschiedenis. De deuken en scheuren, de blutsen en brokken uit je verleden zijn wezenlijke onderdelen van je identiteit in het heden. We hebben teveel en we willen teveel en dat maakt ons ongeduldig en, ten diepste, verminderd menselijk. Wij zijn Enos maar wij willen het niet weten. En als wij het wel willen weten, dan hebben we elkaar nodig. Denys legt fraai uit hoe het lijden vraagt om een taal die het toegankelijk maakt. Die taal wordt je gegeven als je met je naasten je lijden deelt. “Omdat we ons eigen lijden maar moeizaam begrijpen, hebben we altijd de ander nodig. Zo kom ik enigszins tot de treurige vaststelling dat de noodzaak van een naaste geringer is bij het delen van liefde dan bij het dragen van lijden. Niet ikzelf maar mijn omgeving verschaft mij toegang tot mijn lijden.” (129)

De uitweg uit de paradox ligt wat Denys betreft in het aanvaarden van het menselijk tekort. We moeten het perspectief op geluk opgeven. (177) Geluk als doel is onbereikbaar. Je krijgt het misschien als toevallig geschenk in de struggle for life. De Boeddha zei al dat dat de eerste nobele waarheid is: het leven is lijden. En Israël leerde dat je de HEER, de God van Abraham, Izak en Jakob, te hulp kan roepen. Dat gebeurde al in de tijd van Kaïn. In tijd van Enos begon men de naam van de HEER aan te roepen. (Genesis 4,26b) Ik ben blij dat ik in die geloofstraditie sta. Zo heb ik leren bidden als een manier om het lijden in deze wereld te benoemen, te omarmen als zinvol en zo hoopvol te blijven. Want de HEER, de Schepper heeft hier rondgelopen en weet hoe het hier is. Hij kijkt niet vreemd op van een stevige klacht op z’n tijd. En Hij belooft beterschap.

Naar aanleiding van: Damiaan Denys, Het tekort van het teveel: De paradox van de mentale zorg.3 Nijgh & Van Ditmar, 2020. Klik hier voor zijn website. Vergeet niet het kostelijke verhaal over het Nederlandse verjaardagsvisite te lezen, op de bladzijden 143-144.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *