Wij nihilisten

‘Alles van waarde is weerloos.’ Deze zin uit een gedicht van Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk, 1924-1994) zag ik voor het eerst in Rotterdam. Aan de Blaak, een verzekeringsmaatschappij had het in 1978 laten plaatsen. Soms hebben de reclamejongens goede voeling met de Nederlandse letteren. Ik kwam de gevleugelde uitspraak opnieuw tegen in het alarmerende geschrift Wij nihilisten van Hans Schnitzler. Wat hij me nu bijleert is dat direct op deze zin volgt: ‘wordt van aanraakbaarheid rijk’. Als zin opnieuw een poëtisch werkje (de r doet het goed) maar voor Schnitzler is het de kleine weergave van een grote inzet: de strijd om het behoud van de menselijke waarde. En hij heeft in zijn boekje willen aantonen dat het tijd is voor alarm. De techno-baronnen bedreigen met hun data-honger de beschaving.

Hoe kan het toch dat mensen hun recht op zelfbeschikking hoog in het vaandel hebben, en tegelijk hun hele hebben en houden uitleveren aan de data-slurpende tech-reuzen? Dat is de vraag die de auteur behandelt. Hij neemt geen genoegen met de clichés. Bijvoorbeeld, dat mensen nu eenmaal liever lui dan moe zijn. Er zit meer achter. De digitalisering komt met een grotere belofte naar ons toe: wij kunnen verlost worden van alles wat het bestaan onvoorspelbaar en grillig maakt. (36, zie ook 45 en 47) Die belofte klinkt in een wereld waarin wij God dood hebben verklaart. De filosoof Friedrich Nietzsche fungeert prominent in het betoog: wij zijn nihilisten geworden. Het Grote Verhaal waarin God het grillige leven in de hand heeft, heeft een onvoldoende gekregen in de westerse wereld. Dus betekent dat dat wij er alleen voor staan. Nu data-verzameling een enorme macht blijkt te zijn, zijn de nerds en hun bazen bezig dit niet alleen commercieel maar ook ideologisch om te zetten tot succes. We halen de bugs uit het leven en kunnen zelfs de grootste hobbel te lijf: onze sterfelijkheid. Want alles is terug te brengen tot informatie en die kunnen we permanent maken.

In korte intermezzo’s (in een ander lettertype) geeft Schnitzler columns over motieven en oogmerken van de data-jongens. ‘Data maken vrij’ is in drie pagina’s een beschrijving van het evangelie van het dataïsme. (29-31) “Onze centrale geloofsbelijdenis luidt: er is geen andere godheid dan Data en Algoritmus is zijn profeet.” De verspreiding over de wereld is de kerstening, we kunnen spreken van de predestinatie (alles ligt vast en is beschikt), er is de belofte dat we zo dichter bij elkaar komen, bij toetreding moet je je aan de regels houden: gebruikersvoorwaarden. Soms worden wij door de Grote Datascheppers aan een test onderworpen (lees: beproefd). Ware verlossing staat of valt met overgave aan de dataleer en zo kan ieder naar zijn bestemming worden geleid. “In onze gemeenschap is iedereen welkom. Toegang is gratis. Uw ziel is ons geluk. De redding van de mensheid is nabij. Data maken vrij.” (31)

Op Netflix staat op dit ogenblik een film over de ruimteplannen van Elon Musk: Return to Space. De mens moet een multi-planetaire soort worden. Reden: de aarde is niet langdurig houdbaar. Klimaatcrisis of een derde wereldoorlog, we hebben een way-out nodig. Er wordt systematisch aan doorgewerkt, niet meer (alleen) met overheidsgeld (NASA) maar (ook) met commerciële bronnen.
Zit daar het punt om de digi-grootmachten te beperken? Facebook en anderen ongenadig in hun portemonnee treffen als zij onze grenzen overgaan? Dat is wat ik nu vooral hoor. Maar Schnitzler roept op tot een tegenstreven dat positieve inhoud geeft aan wat echt belangrijk is. “De wil tot macht van de tech-lords vraagt dan ook om tegenmacht met als inzet een strijd om waarden. Hun streven naar wat je de definitieve oplossing van het mensenvraagstuk kunt noemen, met als doel niets minder dan de eindoverwinning op de menselijke natuur, vergt een tegenstreven dat die aspecten van ons mens-zijn beaamt die wij de moeite van het behouden waard vinden.” (132) Het boekje van Schnitzler is een teken van hoop. Zijn er meer lichtjes in over ons komende schaduw? Ik las dit voorjaar het essay van Phillip Blom. Hij pleitte voor een bezielend verhaal. Ik las ook het pleidooi voor de bevrijdende en verzoenende lach van Tim Fransen. Anders is het tragische bestaan niet te harden. Hans Schnitzler raak een gevoelige snaar als hij via Lucebert ons brengt bij de aanraakbaarheid. “Aanraakbaarheid betekent dat we, in overdrachtelijke zin, geraakt kunnen worden. Een oogopslag, een enkel woord, een hand op je schouder, de aanblik van een berglandschap of kunstwerk: of en hoe je geraakt wordt, welke stemming het oproept en wat de gevolgen ervan zijn, daar is nauwelijks vat op te krijgen, laat staan dat zoiets meetbaar is. We zijn tastende wezens en staan weerloos tegenover onze eigen aanraakbaarheid. Tegelijk maakt dat het leven juist zo waardevol: de rijkdom (en de inherente kwetsbaarheid) van het menselijk bestaan bestaat uit de wijze waarop iets indruk maakt en hoe iets resoneert. Vrij vertaald: nastrevenswaardig ideaal is niet zozeer de concrete bestemming, als wel de aandachtsvolle afstemming op je omgeving.” (144)

Ik denk dat hij hier niet ver meer is van het koninkrijk van God. En dat vertoont zich op planeet aarde. Om met Hannah Arendt te spreken: “De aarde is het wezen zelf van de menselijke conditie.” (123)


Naar aanleiding van: Hans Schnitzler, Wij nihilisten: Een zoektocht naar de geest van digitalisering. Amsterdam: De Bezige Bij, 2021. Klik hier voor zijn persoonlijke website.

Het complete gedicht van Lucebert:

De zeer oude zingt:

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

(opgenomen als ongepubliceerd gedicht uit de periode 1952-1963 in Verzamelde gedichten, Amsterdam, 1974, 439)

Een gedachte over “Wij nihilisten”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *