Veranderen door gastvrijheid

Ooit las ik ergens deze anekdote. Iemand stond te liften toen er een auto stopte. Een heel kleine auto. De lifter liep naar de wagen toe, stak z’n hoofd door het opgedraaide raam en hoorde de bestuurder zeggen: “De ruimte in de auto is weliswaar klein, de gastvrijheid daarentegen groot: stap in!”

Goed verhaal. Gastvrijheid is allereerst een zaak van een open hart en bereidheid om ruimte voor een ander te maken. Maar het heeft ook met vrijheid te maken. Gast-vrijheid, het woord lijkt een verband te veronderstellen. Tussen het hartelijk ontvangen van mensen en het idee van vrijheid. Welke vrijheid is dat eigenlijk? Eerlijk gezegd, ik had er nog nooit over nagedacht. Met grote interesse deed ik dat wel aan de hand van Peter Venmans. Hij schreef een heel fraai filosofisch essay over gastvrijheid en won daarmee de Socratesbeker 2023, de trofee voor het prikkelendste filosofische boek van het afgelopen jaar. Vrijheid in gastvrijheid kan bedoeld zijn om aan te geven dat de gastheer of vrouw bepaalt wie binnen mag komen. Maar het kan ook zijn dat je als gast een zekere vrijheid geniet zolang je ergens te gast bent. (53v) Want het is een treffend inzicht dat Venmans toevoegt: gast en gastheer treffen elkaar niet op neutraal terrein maar op het territorium van een van beiden. Het gaat er dan om dat in heel korte tijd gepoogd wordt twee ongelijke partijen op voet van gelijkheid te brengen. “De gast zal nooit een bewoner worden met dezelfde status als de huisgenoten, met dezelfde rechten en verantwoordelijkheden.” (59)

Ik associeerde direct met een woord van de heilige apostel Paulus: “Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.” (Efeze 2,19) Hier signaleert hij iets heel bijzonders, ook in de oosterse wereld van toen. De gasten worden huisgenoten. Dat dat in de christelijke geloofsgemeenschap destijds gezegd kon worden is een wit wonder. Christenen van niet-joodse afkomst worden met joodse-christenen gelijkgesteld. Terwijl het aanpassingsproces nog gaande is (denk aan de kwestie tussen Paulus en Petrus, beschreven in Galaten 2,11-14) . Venmans wijdt zijn eerste hoofdstuk aan de analyse van gastvrijheid bij de oude Grieken. Het verhaal van Odysseus biedt er vele aanknopingspunten voor. Leerzaam, als achtergrond voor het de geschriften van het Nieuwe Testament.

In onze tijd komt gastvrijheid onvermijdelijk ter sprake in het kader van de pijnlijke en slecht hanteerbare vluchtelingenproblematiek. Venmans laat zien dat gastvrijheid dan ook politiek kan worden: “Het gaat niet meer om de Gulden Regel, de categorische imperatief of het gebod tot naastenliefde, maar om de organisatie van het collectieve leven, om concrete wetten, die, zoals Derrida schreef, ‘de gastvrijheid inperken, aan voorwaarden onderwerpen en opnemen in een stelsel van rechtsregels’. Aan bod komen politieke thema’s als grenzen, natiestaten, burgerschap, staatloosheid, kolonialisme en bezoek- en asielrecht.” (181) Ineens werd me helder dat de Bijbelse oproepen tot gastvrijheid niet overgeplaatst kunnen worden naar het politieke discours in de natiestaat. Het rijk van God is een andere categorie als het koninkrijk der Nederlanden. Het Bijbels onderbouwen van een ruim toelatingsbeleid in Nederland (of breder Europa) creëert kortsluiting en roept onterechte beeldvorming op, en sterker, legt onterechte claims. Alsof je als eerlijk christen geen beperkend beleid zou kunnen steunen. De kerk moet zich toeleggen op gastvrijheid voor aanwezige asielzoekers, vluchtelingen of migranten. De kerk moet geen politieke uitspraken doen – niet met Bijbelteksten en niet zonder. Als iemand eenmaal in Nederland is en in de buurt van de kerk leeft, zelfs ongeacht of dat terecht is of legaal, dan komt het aan op gastvrijheid in het intermenselijke. In dienst en kerkdiensten zal dan blijken of de woorden van de Heer en zijn apostelen serieus worden genomen.

Er is meer moois te bespreken aan de hand van dit boek. Nog eentje, een eye-opener. In de tijd van de pandemie hoorden wij virologen ook spreken over ‘host’ en ‘gast’. Mensen fungeren als ongewenste gastheer voor virussen. Venmans signaleert terecht dat de reis van een virus, van host naar host, de gastheer aantast én het virus laat muteren. Dat is een boeiende gedachte, zo blijkt: “Gastvrijheid blijft in de virologie voor geen van beide partijen zonder gevolgen, en eigenlijk geldt dat ook voor gewone gastvrijheid: gastheer en gast veranderen elkaar een beetje door de korte tijd die ze samen doorbrengen. Een ontmoeting is nooit honderd procent neutraal.” (56)

Zo is het boek er een om te herlezen bij tijd en wijle. Want ons leven voltrekt zich nooit alleen onder huisgenoten.


Naar aanleiding van: Peter Venmans, Gastvrijheid: Filosofisch essay. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2022. Venmans is een Vlaamse filosoof en hispanist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *