Spirituele vriendschap

De Heer hield van de mensen, maar Hij koos er twaalf uit en noemde hen vrienden. Met hen deelde Hij meer dan met de rest. Eén van de twaalf was heel speciaal voor Hem: Johannes, de leerling van Hij hield. De Bijbel waardeert vriendschap. Vrienden zijn belangrijk voor mij, ik kan niet zonder. Wat ik niet met M kan delen, deel ik met hen.

In Zuid-Limburg en later in de Vogezen spraken M en ik over vriendschap. We lazen voor de tent uit Over spirituele vriendschap van Aelred van Rievaulx (1110-1167). Deze monnik uit de kloosterfamilie van Bernard van Clairvaux schreef dat werkje tussen 1143 en 1160 en het was fijn om verder kennis te maken met de cisterciënzer spiritualiteit. Geheel ingebed in de denkwijze van de late middeleeuwen houdt Aelred ons voor dat je op drie manieren kan kussen: “De lichamelijke kus vindt plaats door samendrukking van lippen; de geestelijke kus door verbinding van twee zielen, de mystieke kus door instorting van genaden door Gods Geest.” (II, 24v) Je weet direct wat het meest begerenswaardig moet zijn.

Het boekje heeft de vorm van een dialoog. Dat neemt me voor hem in. Abt Aelred onderwijst dialogiserend jonge geestelijken als Ivo, Walter en Gratianus over de vriendschap. Hij leert hen de voorkeur voor het zwakke, om Christus’ wil. “Niet de toegeeflijkheid ten opzichte van zwakken is in het geding, maar wel de overtuiging dat in Jezus Christus onze zwakheid bewoont, dat de wereld, hoe onvolmaakt, ambivalent en gecompliceerd die ook moge zijn, met goddelijke aanwezigheid is vervuld. Aelred is werkelijk ‘gepassioneerd’ door de idee van de Incarnatie,” schrijft Guerric Aerden in de Inleiding. (25)

De definitie van vriendschap ontleent Aelred aan Marcus Tullius Cicero (106-43 voor Chr.): “Vriendschap is eensgezindheid op menselijk en spiritueel gebied, samen met welwillendheid en liefde.” (De Amicitia 20). Dat een klassieke niet-christen een treffende en bruikbare omschrijving geeft is voor Aelred niet vreemd. Vriendschap is namelijk door God in de menselijke natuur gelegd. Door de zondeval is eigenbelang, hebzucht en afgunst de menselijke omgang komen bederven, maar de vriendschap bleef bij de goede mensen. En door Christus leren zijn volgelingen al hun naasten lief te hebben en sommigen als goede vriend trouw te zijn. “God heeft besloten dat wij veel meer mensen in de schoot van de naastenliefde moeten opnemen dan in de omarmingen van de vriendschap. Want de wet van de naastenliefde dwingt ons niet alleen vrienden, maar ook vijanden in onze liefde op te nemen. Vrienden noemen we slechts hen, aan wie wij niet bang zijn ons hart en als wat daarin is toe te vertrouwen; terwijl omgekeerd zij aan ons geboden zijn door dezelfde wet: je vertrouwt de ander en voelt je veilig.” (I,32)

De reden om dit jaar Aelreds betoog te gaan lezen lag in discussies over homoseksualiteit. Het voorjaar van 2019 stond er vol van, om te beginnen met de vertaalde Nashvilleverklaring in januari. In de kring van de collega’s bespraken we Hoopvol leven: Gedachten over christelijke trouw en homoseksualiteit. Wolter Rose, jaargenoot van me, zelf homoseksueel, schreef het Woord vooraf bij dit pleidooi voor celibatair leven, door Wesley Hill, assistent-hoogleraar Biblical Studies aan de Trinity School for Ministry in Ambridgde, USA. Hill wil in de traditie van Aelred de vriendschap (her)waarderen, als levensvorm voor celibataire homo’s. Het schijnt dat Aelred homoseksuele contacten heeft gehad voor zijn intrede in het klooster. “Wat Aelred ‘geestelijke vriendschap’ noemde, was een vorm van homoseksuele intimiteit die geen ruimte gaf aan geslachtelijke uitdrukking van erotische passie maar die veeleer – met een recentere psychologische term – sublimeerde of transmuteerde.” (154)

Ik ben geen psycholoog, maar ik vraag me af hoe heilzaam en duurzaam gesublimeerde passies is. Maar wat nog sterker opvalt is, dat Hill de vriendschap naar voren schuift in een discussiecontext waarin christenen het heterohuwelijk als de ware en enige vorm van ‘ware intimiteit en oprechte verbondenheid’ voorstellen. (152) Dat perspectief kom ik bij gesprekspartners in mijn kerkelijk kring nauwelijks meer tegen.
Wat ik mooi vind in Aelreds denken is dat hij vriendschap niet alleen in de schepping als ‘van God’ aanwijst, maar ook verbindt met goddelijke verlossing, door Christus. De mens kan wel zonder huwelijk of erotische ervaring, maar een mens kan niet zonder vriendschap. “Het is niet goed dat de mens alleen is,” dit woord uit Genesis 2 geldt niet exclusief voor heteroseksuele relaties, evengoed voor vriendschap. Ik zeg zoiets al jaren in trouwdiensten die ik leid. Ik kan me voorstellen dat een kerkelijk gemeenschap duurzame vriendschappen leert zegenen in publieke erediensten. Het lijkt me geweldig om daarvoor met betrokkenen een mooie liturgie voor te verzinnen.

De zomerzon scheen over onze tent. Tegenover me zat mijn lief, mijn vrouw. We zijn al sinds 1979 eensgezind op menselijk en spiritueel gebied. Welwillend hebben we elkaar lief. Ik heb een handvol heel goede vrienden, maar zij is één, uniek. Je gunt het iedereen, de liefde, mystiek, geestelijk, lichamelijk.

Naar aanleiding van: Aelred van Rievaulx, Affectus: De spirituele kracht van vriendschap en liefde. Vertaling van de geschriften Over spirituele vriendschap, Toen Jezus twaalf jaar was, Gebed tot de Goede Herder. Vertaling en annotatie: Simon Slijkhuis, Guerric Aerden ocso, Joost Baneke. Inleiding door Guerric Aerden ocso. Budel: Damon, 2010

Wesley Hill, Hoopvol leven: Gedachten over christelijke trouw en homoseksualiteit. Franeker: Van Wijnen, 2018. Nederlandse vertaling van Washed and Waiting – Reflections on Christian Faithfulness & Homosexuality, [New York], The Zondervan Corporation, 2010, 2016. Voor de Nederlandse uitgave schreef Wolter Rose een Woord vooraf.
Hill geeft nog het volgende door over Aelreds geschrift: “Een van de aspecten uit Aelreds visie die door de jaren omstreden is geweest, en zelfs heeft geleid tot het censureren van zijn boek in twintigste-eeuwse kloosters, is het feit dat hij erin volhardt dat monniken niet simpelweg geroepen zijn om al hun medebroeders lief te hebben, zonder onderscheid (hoewel dat de basisverwachting was). Aelred schiep ook ruimte voor nauwe verbindingen van wederzijds vertrouwen en genegenheid tussen bepaalde broeders in het bijzonder.” (155, met een verwijzing naar Over spirituele vriendschap I,32)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *