Snappen, of gelukkig zijn

Wat zijn bronnen van kracht waaruit je kan putten in het dagelijkse leven? Ik noem er drie: de ratio, je lichaam en je familiesysteem. Dit drietal is goed te onthouden en het is de eerste les die ik meeneem uit het boek De Fontein: Vind je plek van Els van Steijn. (30)

Ratio, lichaam en familiesysteem, een handig drietal. Het haakt waarschijnlijk bij me omdat ik het in de loop van mijn leven al onbewust ben gaan herkennen. Ratio gaat over mentale kracht. De ordening, de afweging, het begrijpen, heel handig in het leven. Waarschuwing van Els: “Je ratio heeft de neiging om bepaalde gedachten en vervelende gevoelens weg te duwen.” (31) Check daarom je lijf, bron 2. Want je lichaam reageert op wat er aan de hand is, voor dat je ratio het doet. “Je lichaam is immers altijd in de realiteit.” (31) Ook al zo’n goeie van Els. Als lichaam en ratio in sync zijn, dan heb je veel kracht. Als je hoofd elders is, is het lastig samenwerken. Ik weet ervan. Ik heb geleerd de signalen van mijn lichaam serieus te nemen. Maar dan bron 3, de familie. Els leert ons in dit boek hoe je met alle vezels aan je familie vastzit. Je komt er nooit los van. Wie dat wel denkt en het leven zonder familie wil klaren, moet zich voorbereiden om een taaie klus. Het kost je veel energie en je mist een noodzakelijke oplader. Innerlijk leeg dus. Wie in de familie op de verkeerde plaats staat, idem. Els noemt het: in de juiste bak staan, en ik denk dat zij gelijk heeft. Wie in z’n familiesysteem op je juiste plaats staat, ontvangt heel veel levenskracht.

“Iedereen heeft zijn of haar unieke plek, die bepaald wordt op anciënniteit van je systeem van herkomst. Jij hebt jouw plek en de anderen hebben hun plek, ongeacht wat jij van hen vindt en zij van jou. De ene plek is niet beter of meer waard dan de andere plek.” (36) Wie in het familiesysteem op de juiste plaats zit, staat in verbinding. Dat wil zeggen: je bent in staat om zowel te geven als te ontvangen. (27) In alle relaties behoort eigenlijk een balans te zijn tussen geven en ontvangen. Behalve! Behalve tussen ouders en kinderen. Ouders geven meer dan de kinderen ooit kunnen teruggeven. (39, 60v) “Deze onbalans wordt door de kinderen weer vereffend dia hun eigen kinderen en andere levensdoelen.” (27, zie ook 245 en 275)

Mensen die in verbinding leven, hebben kracht. Zo niet, dan ben je zwak, en loop je het gevaar van compensatie in kicks of zo. Je kunt trouwens ook in binding leven – dan ben je met de ander verbonden door woede, teleurstelling, verwijt. Als jij niet op je plek staat dan loop je de kans op binding en daarom is het de kunst om op je plek te staan in de fontein. “Stel je een prachtige fontein voor met verschillende bakken water, die elkaar bevloeien. Bovenin staan je voorouders, de bak daaronder is van je grootouders. Daaronder staan je biologische ouders. Jouw plek in de bak is onder hen (in volgorde van geboorte van de kinderen). Misschien heb jij het leven ook doorgegeven en staan jouw kinderen onder je met onder hen jouw kleinkinderen etc.” (17)

Opstijgen is een grote valkuil voor fonteiners. Als jij de verantwoordelijkheid neemt die bij een ander thuishoort, dan stijg jij op. Je hebt een oordeel over iemand die boven je staat, dan stijg je ook op en ga je uit verbinding. Of je identificeert je onbewust met iemand die is buitengesloten (uit het familiesysteem), dan heb je de derde vorm van opstijgen te pakken. (83) Van Steijn werkt het allemaal ordelijk en nauwgezet voor de lezer uit. Het gaat erom dat je jezelf ermee hebt. Je ontvangt de natuurlijke stroming niet, je lijkt sterk maar je bent alleen maar groot, je wordt verslavingsgevoelig en zo nog een en ander aan narigheid. Niet doen dus. Of afdalen als je jezelf, lezend in dit boek, in een te hoge bak aantreft. Afdalen is je eigen plek innemen. Dat wil ook zeggen dat je je eigen lot moet aanvaarden. “Het lot van iemand omvat alle omstandigheden waarom iemand zo geworden is zoals hij is, tot op de dag van vandaag, zowel in positieve als in negatieve zin.” (84, zie ook 114, 178) Ieder heeft zijn eigen lot. We hebben het recht niet om iemand te veroordelen.

“Om te groeien moet je je schuldig maken.” (55) Ook dat is zo’n typische fonteingedachte. Je zult altijd fouten maken, iemand benadelen of kwetsen of de ruimte innemen die een ander ook had gewild. We zijn duale wezens en we doen er goed aan om die beide kanten van onszelf te omarmen. (zie ook 57, 69, 73v, 202, 219 en 259) De keerzijde hiervan is, voor Els van Steijn, dat vergeven ook niet gepast. (230, zie ook 284) Je maakt jezelf dan namelijk groter dan de ander. Je komt boven de ander te staan. Systemisch gezien gaat vergeven je niet helpen, je stijgt namelijk op. “Dat is bijna onhoudbaar voor de ontvanger. De balans van geven en nemen is totaal zoek.” (230-231) Beter gewoon los laten. Je neemt wat van jou is en laat  wat daar hoort. Het is niet jouw verantwoordelijkheid wat de ander doet. Eerlijk gezegd, kan ik hier Els niet goed volgen. Volgens mij is vergeven namelijk precies dat: in plaats van in wraak of verdriet verbonden te zijn, ga je je eigen weg.

Het hoofdstuk over ‘Ouders’ las ik ook met meer dan gewone interesse. Ik heb ouders, ik ben ouder. Je ouders aanvaarden en bedanken, is het echt een levenstaak. De moeder staat voor het leven. Zij biedt de mogelijkheid tot verbinden. (244v, zie ook 280). De vader staat voor de kracht om te begrenzen. (249, zie ook 280) Als je je vader afwijst heb je veel behoefte om door anderen gezien te worden. Je wilt overtuigen dat je de moeite waard bent. Check, dacht ik, hier ben ik mee bezig geweest. Dankzij mijn poëzie heb ik hier echt stappen in gezet.

Ik zou nog even door kunnen gaan. Het zijn veel treffende punten die je in dit boek aantreft. Els vertelt aan het slot eerlijk dat veel van wat zij beschrijft niet te verklaren valt. Zij ziet dat het werkt. Wie het wil begrijpen, krijgt van haar de simpele vraag: “Wil je het snappen of wil je gelukkig zijn?” (302) Tja, beide natuurlijk. Maar zolang dat niet kan: gelukkig zijn.


Naar aanleiding van Els van Steijn, De Fontein: Vind je plek.13 [Nijmegen] Het Noorderlicht, 2022 (eerste druk 2016). “Je geeft betekenis aan je leven door zoveel mogelijk te handelen volgens waarden en normen die voor jou belangrijk zijn. Je voelt je prettig en energiek als jij en jouw omgeving voldoen aan die waarden. Anderzijds verlies je energie op het moment dat je omgeving onvoldoende aansluit bij wat jij nodig hebt en belangrijk vindt in het leven.” (13-14, zie ook 178 en 301)

Zinnig is ook haar onderverdeling van emoties:

  • Primaire emoties: is direct gelieerd aan een gebeurtenis. “Primaire emoties zijn kort en hevig en maken schoon vanbinnen.” (92)
  • Secundaire emoties: dekken primaire emoties af omdat die te veel pijn doen. “De eenzaamheid, het gemis, het verdriet of de schaamte zijn te groot om te dragen, waardoor secundaire emoties ingeschakeld worden.” (93) Secundaire emoties zijn langdurig.
  • Overgenomen emoties: die zijn niet van jou, die heb je overgenomen van iemand in je familiesysteem. (96)
  • Metagevoelens: die overstijgen de andere gevoelens, zoals liefde, dankbaarheid, vreugde. Op je juiste plek in de fontein zul je dit regelmatig ervaren. (96)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *