Quia pius es

Als iemand sterft, maken wij de balans op. Bij geliefden zijn we mild en vriendelijk. Luister naar de toespraken op de dag van de uitvaart. Wat hebben we gelachen, samen. Wat was je zorgzaam. Het is griezelig eenzijdig. Bij niet-geliefden doen we er graag het zwijgen toe. Is een publieke samenkomst de plaats om je onvrede en ergernis te delen? Zeg je daar dat je beschadigd bent door de overledene? We zijn goed in het verzwijgen. Maar laten we niet denken dat we de overledene zo recht doen.

Als een internationaal bekend iemand sterft, maken we groots de balans op. De kranten schrijven In Memoriams over de emeritus paus Benedictus XVI, geboren Joseph Ratzinger. Hij overleed op de laatste dag van 2022. De balans van zijn pontificaat (2005 – 2013) wordt opgemaakt. Zijn aftreden wordt in dagblad Trouw geroemd als een ‘weergaloos gebaar’. Nu het gaat om de leider van de wereldkerk, ligt zijn leven onder het vergrootglas. Nu komen de missers en feilen op tafel. Hij veroorzaakte commotie in de islamitische wereld door zijn rede aan de universiteit van Regenburg. Hij herstelde een bisschop die de Holocaust ontkent, in het ambt. Maar bovenal wordt hem zijn weinig krachtdadige optreden rond de misbruikschandalen verweten. In het publiek een enkel woord – verder veel achter een muur van zwijgen. Uit het boek De twee Pausen van Anthony McCarten (2021) begreep ik dat hij daarin heel traditioneel katholiek handelde (199-205). Achter de schermen werken, geen publiciteit. In onze door de publieke media gedomineerde samenleving kan zoiets niet.

Was zijn aftreden een bewijs van zelfreflectie? Zei hij daarmee dat hij niet meer in staat was het schip van de kerk te sturen? Het is precies dat wat wij misschien wel nooit precies te weten zullen komen. Wat dreef de paus om niet in het harnas te sterven? Hij maakte ruimte voor zijn opvolger. De emeritus paus woonde met zijn persoonlijke secretaris in het voormalig klooster Mater Ecclesiae in de Vaticaanse Tuinen. Daar wijdde hij zich aan gebed en correspondentie. Wat heeft er zich voltrokken tussen de Heer en hem? Ik zou wensen dat wij bij het balansen van levens ons meer zouden realiseren hoe weinig wij weten van elkaar. En dat daarom de voorbede voor de overledene misschien wel de beste manier van gedenken is.

Dat heb ik geleerd van deze paus. Het begon toen ik me jaren geleden begon te verdiepen in het fenomeen Requiem. Requiem is Latijn en betekent ‘rust’. Het is ook de aanduiding voor een eredienst in de Rooms-katholieke traditie ter gelegenheid van een overlijden, genoemd naar het eerste woord van het eerste lied: Requiem Aeterna. Eeuwige rust. Een dergelijke mis kent verschillende vaste onderdelen, waaronder het lied Lux Aeterna, eeuwig licht.

“Laat het eeuwig licht hun verlichten Heer, met uw heiligen in eeuwigheid, want U bent barmhartig.
Schenk hun eeuwigdurende rust, Heer, en laat het eeuwig licht hen verlichten, want U bent barmhartig.”

De Heer wordt rechtstreeks aangesproken. Een dubbel verzoek, dat in twee woorden hetzelfde probeert te zeggen: of de Heer eeuwig licht wil schenken en eeuwige rust aan de doden. Ook wordt een pleitgrond aangevoerd. Op grond van de barmhartigheid van de Heer. Qiua pius es. Zo zitten smeekbeden in elkaar.
Maar is het bidden voor de doden niet gebaseerd op het geloof in het vagevuur? Dat is toch de periode na de dood waarin de overledene gelouterd wordt van kwalijke resten van zijn zondig bestaan? Door de gebeden van de nabestaanden en door de eucharistie kan die periode verkort worden. De Reformatie heeft met die gedachte gebroken op grond van de volkomen rechtvaardiging door het werk van onze Heer. Wie dat in zijn leven in geloof aanvaardt, is bij de dood van alle smetten vrij.

Paus Benedictus XVI heeft zich in zijn boek Over dood en eeuwig leven (uit 2009) ook verzet tegen het uit elkaar halen van het leven na de dood en het leven hier op aarde, voor de dood. Het vagevuur, zegt hij, is “… een innerlijk veranderingsproces waarin de mens naar Christus, naar God toe moet groeien, en daarmee naar verbondenheid met heel de communio sanctorum” (gemeenschap der heiligen, 208). Let op die verbinding: Christus én de gemeenschap der heiligen. De mens is geen gesloten eenling. Hij is in liefde en haat op anderen betrokken en leeft als zodanig in hen. “Zijn eigen leven is in de anderen aanwezig als schuld of genade” (209). Wanneer anderen een mens zegenen of vervloeken, hem vergeven of in liefde zijn schuld omvormen, maakt dat deel uit van zijn eigen bestemming. Wie Christus ontmoet, ontmoet ook zijn lichaam, de kerk, en je bent daarmee verbonden in zegen en vergeving.

De continuïteit van het leven hier en straks, door Christus. Ik kan het als protestant volop beamen. De eenheid van de gelovigen op aarde met de gelovigen in de hemel, idem dito. Wij lezen in Johannes 17,3 dat het eeuwige leven is dat wij God de Vader als de enige ware God kennen en zijn Zoon Jezus Christus als zijn gezant. Daarom vindt niemand het vreemd als in een gereformeerde preek gezegd wordt dat eeuwig leven nú begint en door de dood heen wordt voortgezet. Dat belijden wij ook in de catechismus, zondag 22, over het begin van de eeuwige vreugde die wij hier al proeven (antwoord 55). En antwoord 57 leert ons ook dat er persoonlijke continuïteit is tussen hier en straks. De gestorven heiligen wachten samen het komende oordeel af (Openbaring 6,11). We verwachten elkaar weer terug te zien bij de Heer (1 Tessalonicenzen 4,17).

Als iemand sterft maken we de balans op. We roemen het goede, we keuren het kwade af. We oordelen, en wie zal zeggen dat dat verboden is? Ik niet. De vraag is wat wij echt van de ander weten. En ten overstaan van wie wij ons oordeel uitspreken. In uitvaartdiensten van de gewone man en vrouw wordt het verzamelde publiek aangesproken. Of de dode zelf krijgt te horen hoe waardevol we hem of haar vonden. In het geval van een bekende wereldburger komt het oordeel tot degene die het nieuws volgt. Wie zal zeggen of ons oordeel de overledene recht doet? Kunnen wij de dode werkelijk recht doen als wij tot het meest innerlijke van zijn leven geen toegang hadden?

“Nu is mijn kennen nog beperkt,” schrijft de heilige apostel Paulus, “maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.” (1 Korinte 13,12). Dat laatste is zo waar. De Heer kent ieder van ons. Door en door. Het is dan ook volledig terecht dat het laatste oordeel door Hem voltrokken mag worden. Bij het overlijden van een medemens verdient daarom het voorbedegebed van de nabestaanden alle aandacht en tijd. Zoals de paus al leerde: wij leven in elkaar. Dat geldt voor Christus en de gelovige, ook voor de gelovigen onderling, en voor mensen in hun levensnetwerk. Wie bidt voor de overledene zegt: onze band blijft over de grens van de dood heen. “Plaatsvervangende liefde is een centraal christelijk gegeven, en de leer van het vagevuur zegt dat de grenzen van de dood voor deze liefde niet gelden.” (210) Dat is een prachtige, nagelaten wijsheid van de paus. Voorbede is namelijk Christus aanspreken. Bij Hem kun je eerlijk en compleet over de dode. Daarbij verbleken de eenzijdige toespraakjes en de betweterige krantenkolommen. Wij vragen eerbiedig aan de Levende God om goede zorg voor de dode. En om recht. Alleen Hij kan het, echt iemand écht recht doen.

Dat geloof ik ook voor Joseph Ratzinger. Hij heeft zijn leven in dienst van de Heer gesteld. De Heer zal de vrucht van het leven in een loodzwaar ambt beoordelen. Tonen waar deze mens tot zegen is geweest in het leven van anderen. En waar tot vloek. De Gekruisigde zal prijzen wat er te prijzen is. Hij vergeeft wat vergeven moet worden. Hij vernieuwt zijn leven. Jezus Christus geneest en verbindt. Want Hij is barmhartig. Dat is de louterende ontmoeting die elke gelovige tegemoet gaat.

Ik zal de overleden paus blijven herinneren als kerkleraar. Hij heeft zoveel goede theologie geschreven. Zijn boeken zal ik herlezen. Nu hij op oudejaarsdag 2022 stierf, wil ik als medegelovige voor hem doen wat hij mij geleerd heeft. En wat hij het meeste behoeft. In het door hem geliefde Latijn:

Lux æterna luceat eum, Domine, cum sanctis tuis in æternum, quia pius es.
Requiem æternam dona eum, Domine; et lux perpetua luceat eum, quia pius es.


Mede naar aanleiding van: Joseph Ratzinger Benedictus XVI, Over dood en eeuwig leven, Lannoo, Tielt, 2009. Oorspronkelijke titel: Eschatologie, Tod und Ewiges Leben. Regensburg: Verlag Friedrich Pustet, 2007. Vertaling uit het Duits door Maria ter Steeg.

Anthony McCarten, De twee pausen: Het boek achter de film The Two Popes. Heerenveen: Ark Media, 2021. Oorspronkelijke titel: The Two Popes: Francis, Benedict and the decision that shook the world. London: Curtis Brown Group,  2019. Uit het Engels vertaald door Jaël Vuijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *