Noodzakelijk undercover

Vanavond voor 23.59 besteld, morgen in huis. Je went eraan. Maar wat is het bijzonder eigenlijk. Je hebt het zo snel binnen en als het je niet bevalt stuur je het even gemakkelijk weer terug. Maar wie maakt dit eigenlijk mogelijk? Wie zoekt dat boekje op in een grote hal? Of de stofzuigerzakken? Wat is dat voor werk en zou je daar je voldoening uit kunnen halen? Eerlijk, ik heb geen idee. Het goede nieuws voor mensen als ik is nu dat we daar een beetje beeld bij kunnen krijgen. Journalist Jeroen van Bergeijk schreef een boek over werken bij de klantenservice bij Wehkamp, het rijden als Uber-chauffeur, het werken in het distributiecentrum van bol.com en zo meer van dat soort praktijkbanen. Werk waar ik me als hoogopgeleide weinig tot niets bij kan voorstellen. “Theoretisch geschoolden begrijpen doorgaans ook weinig van de leefwereld van praktisch geschoolden.” (292) Terechte correctie in het taalgebruik, ik ben niet erg hoog maar erg theoretisch opgeleid. Het punt is helder. Van Bergeijk wil mij helpen er wat beeld bij te krijgen. Hij doet dat welsprekend en indringend. Er ging een wereld voor me open. En meer dan alleen over banen en de praktische werkvloer.

De orderpicker in het distributiecentrum, laten we daar eens mee beginnen. Logisch dat je daar bij vertrek uit je werk gecontroleerd wordt, of je niet wat meeneemt. (78) De kans om te stelen is groot. Maar wat ik me nu pas realiseer is hoe flexibel je roosters blijkbaar kunnen (moeten?) zijn. Gedurende de werkweek kan die veranderen en verlofdagen worden zonder opgaaf van redenen ingetrokken. “Vooral mensen met kinderen,” schrijft Van Bergeijk, “moeten zich soms in de raarste bochten wringen om zich aan de steeds wisselende tijden aan te passen.” (82) Bij Retouren worden de prestaties van de vorige dag op een groot schoolbord getoond. Hoeveel pakketjes gisteren verwerkt? En de ratio van het aantal pakketjes per uur per persoon. Dat wordt toch een zweep?
Een orderpicker loopt zo’n 25 tot 30 kilometer per dag en het zijn vooral jonge Oost-Europeanen die het tempo bepalen. Hier wordt je ratio per minuut uitgerekend. Poolse namen staan steevast bovenaan. “Je voelt je soms net een robot,” zegt een van Jeroens collega’s. En dat zal het wel blijven totdat robots daadwerkelijk gaan uitvoeren wat mensen nu nog doen. Je hoeft er niet bij na te denken en je moet je ook laten welgevallen dat je afgeblaft wordt. Daarom willen Nederlanders dit werk niet doen. (93) Er is geen sprake van verdringing op dit deel van de arbeidsmarkt. Alleen is alles wel zo ingericht dat het met name voor arbeidsmigranten aantrekkelijk is. (95-96)

Het verhaal over zijn tijd als verkeersregelaar is ook heel leerzaam. Bij een opgebroken straat het verkeer tegenhouden of de goede weg wijzen, dat dus. Het cursusboek beslaat zestien bladzijden. Als hij met een groep nieuwelingen ingewerkt wordt, is Jeroen de enige die het gelezen heeft. (115) Het beroep van verkeersregelaar staat niet hoog in aanzien, dat blijkt wel. Maar welk nut heeft het eigenlijk, vraagt hij zich na zekere tijd af: “En het is uiteindelijk niet de verveling die me opbreekt. Het zijn ook niet de idioot lange dagen, of de slechte betaling. En al helemaal niet het genegeerd worden, of dat je zo nu en dan voor rotte vis wordt uitgemaakt. Het is de nutteloosheid. Het lijkt mij dat iedereen, wat voor werk hij of zij ook doet, het gevoel wil hebben iets nuttigs te doen. Maar te vaak, en in ieder geval of deze plek, heb ik het gevoel dat ik er net zo goed niet had kunnen zijn.” (127)

Het boek had met dergelijke reportages al heel helpend voor me geweest. Maar als bonus krijgen wij de zelfreflectie van Van Bergeijk mee, in het laatste hoofdstuk Wil ik dit nog wel? (272-289). Hij is undercover gegaan. Hij heeft daarmee mensen lichtelijk of zwaar bedrogen. Niet alleen voor bazen en managers, ook voor collega’s. Is het dat waard geweest? Was het ethisch? Hij krijgt het echt met die vraag te stellen, tot depressieve klachten aan toe. Hij zoekt zijn grote held op, Gunther Walraff. Deze Duitse journalist deed zich in de jaren zeventig van de vorige eeuw al voor als Turkse Ali. Zo ervoer hij de discriminatie en vernedering aan den lijve. Deze oude rot herkent echter het dilemma van Van Bergeijk niet. Ook de hoofdredactie van de Volkskrant benadrukt dat dit soort journalistiek nodig blijft. Anders wordt je gestopt bij de grens die de pr-mensen aanleggen. De zwaarmoedigheid verwaait bij Van Bergeijk als hij nog eens contact zoekt met een van de gepikeerde persvoorlichters. Zij wil niet meer met hem spreken. Jeroen van Bergeijk trekt dan de conclusie: “Er is geen enkel werkelijk verlangen naar openheid, er is alleen een verlangen om open te lijken.” (288-289) Daarom blijft het undercoverwerk noodzakelijk. Ik denk dat hij gelijk heeft.


Naar aanleiding van: Jeroen van Bergeijk, Undercover aan het werk. Amsterdam: Ambo | Anthos, 2023. Belangrijke quote over het hoge ideaal van zelfredzaamheid in onze samenleving: “Sommige mensen zullen het nooit helemaal op eigen kracht redden.” (193)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *