De wereld van vijftienjarigen

Joshua zit in de derde klas van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Hij is nieuw op school en binnen een paar weken raakt hij bevriend met Sergio en Dylan. Sergio is een vakkenvuller en een vechtersbaas en ook Dylan heeft agressie-issues. Joshua kent het gevecht vooral in zichzelf. Wat moet je van deze hoogst ingewikkelde wereld denken als je vijftien jaar bent? Joshua woont bij zijn vader, terwijl zijn zus Kato bij zijn moeder woont en haar nieuwe vriend Leo. (21) Kobus en Kees zijn nog twee grotere broers, die draaien muziek op feesten. Maar Joshua heeft een tekentalent. Hij houdt van kunst. En dat heeft hij nodig om zijn weg te vinden in de wonderlijk vreemde wereld van de jeugd van tegenwoordig. Zijn bijnaam is Rembrandt. (38)

Erna Sassen schreef Neem nooit een beste vriend en geeft ons een inkijkje in het zielenleven van de vmbo-jongeren. Martijn van der Linden levert prachtig passend tekenwerk. De jongerenwereld is luidruchtig en taalkundig extreem, zo mag ik geloven. Scheldwoorden (‘Kutsergio’)  en overdrijvingen (‘compleet gestoord!’) zijn aan de orde van het uur. Op deze manier wordt het leven van vriendschap, liefde en school geordend, zo vind je blijkbaar je plaats met je ouders en de ouderen, met je vrienden en vriendinnen. In het kort komt het verhaal in dit jeugdboek erop neer dat wij Joshua en zijn vrienden volgen in jaar 3 en 4 van het vmbo, in tijden van pandemie en lockdowns. (49, 51) Erg veel gebeurt er niet (een schoolopdracht hier en een feest daar) maar de beschrijving van in sociale leven van deze gasten is de ezel waarop het moderne jongerenleven naar binnen wordt gereden. Vat ik het kort en krachtig samen dan komt het hierop neer: de jongeren van die leeftijd zoeken rust, door acceptatie van elkaar en door bescherming als je je rot voelt. Zij zijn super kwetsbaar en de ouders kunnen veel betekenen om de kneuzingen die zij aan hun leeftijdgenoten opdoen, te helpen helen. De uitsmijter van het boek is: praat erover met iemand (268) en de kernscene (wat mij betreft) is dit:

“Er is iets raars met mij.

Hoewel ik over het algemeen helemaal niet zo verschrikkelijk blij ben met mijzelf (ik bedoel ik ben niet knap, niet intelligent, kan niet sporten, niet dansen, heb niet al te veel vrienden en aardig ben ik ook niet; niet in de betekenis die Lindsey eraan geeft maar eigenlijk ook in alle andere betekenissen niet want ik ben nogal kritisch op ALLES EN IEDEREEN),
denk ik toch
ondanks al mijn slechte eigenschappen
diep van binnen
dat de weinige vrienden die ik heb, al mijn familieleden en zelfs sommige docenten, de mensen uit mijn directe omgeving dus,  MEER VAN MIJ HOUDEN DAN VAN WIE OOK
?
?
?
Dat is raar hè!” (117)

De belangrijkste tegenspeler van Joshua in Lindsey. Deze jonge meid kleedt zich buitengewoon uitdagend op school. Jongens uit haar klas, en ook leraren kijken hun ogen uit. Onveiligheid dus, die zij zelf creëert. Om te straffen. (151) Maar door de wat verlegen Joshua wordt zij niet besprongen. Zij laat zich tekenen en fotograferen en durft daar dingen die zij anders niet doet. Dansen bijvoorbeeld. (60, 101) Als zij Joshua seks aanbiedt, verjaardagseks, weet hij zich geen raad. Hoe dan? Intussen is seks onder de jongens het gesprek van de dag. Sergio is al begonnen aan een carrière als sekswerker. Dylan kijkt porno. Wat moet je daarvan vinden? Wat Joshua ziet, stoot hem af. “Ben ik nou de enige die daar een beetje misselijk van wordt?” (48) Vreselijk ingewikkeld en meestal wordt de onzekerheid overdekt met grote woorden en krachtige oordelen. (Hypocriet! Vuile Nazi!, 66) Maar als puntje bij paaltje komt en Lindsey wil vrijen met Joshua heeft die jongen geen idee. (234, 243) En als hij een verkeerde opmerking maakt, ontploft zij. (253)

Kunst en dieren zijn twee andere thema’s waaraan de hoofdvragen van een jongerenleven te illustreren zijn. Konijn Harrie gaat dood (gebeten door een vos of steenmarter) en dat is niet zomaar een kleinigheid. Sergio en Dylan betonen goede vriendschap. (78) De Schreeuw van Edvard Munch of het Meisje met de Parel van Vermeer, staan die niet veraf van de vmbo’ers? Misschien, maar in deze Young Adult roman is het nergens storend, sterker, Novak de tekenleraar, de opdracht, het uitvoeren ervan brengen bij samenwerking en bewondering. Kunst helpt ook hen de gekke wereld te duiden. Veel slaat naar binnen: ik ben gek, ik haat iedereen, maar het moet er wel uit. Als Dylan stik jaloers is op Joshua om hij Lindsey van hem afpakt, vinden wij hem tenslotte huilend als een klein kind op schoot bij de vader van Joshua. Zo kind zijn ze nog. En, volwassen als ik ben, soms kom ik zo’n huilende kleine Simon ook bij mijzelf tegen.

Op een zeker moment komen ‘protestantse extremisten uit Zeeland’ langs. (64) De sneer is duidelijk, die perken je vrijheid in en zijn super homofoob. Maar nu de andere kant. Dit verhaal van de vijftienjarigen die in alle vrijheid hun gaan maar moeten gaan, is geen vrolijk verhaal. Vader die niet anders doet dan constateren dat z’n zoon met z’n vriendin naar bed gaat is werkelijk geen lichtend opvoedvoorbeeld. (250) Want zoonlief is innerlijk zo bang was. (28, 122) Een vriend die overstuur is troosten, oké, compliment. Maar kaders bieden aan de leeftijdsgroep en zelfbeheersing stimuleren, dat is de bredere taak. Daar vertoont zich nu precies het dilemma in een samenleving waarin de individuele vrijheid hoog in het vaandel staat. (De Koerdische moslima Zivan is het voorbeeld van het gebrek aan vrijheid, 162) Ieder moet vooral eigenste zelf vinden. Mijn hemel, wat een last. Elke seksuele variatie is oké (behalve natuurlijke de pedo’s, 180) en met je lichaam en seks je geld verdienen… goed, niet voor iedereen, maar toch in principe oké. Werkelijk? Intussen is de taal ongelooflijk veroordelend: het homo en kutwijf, voor en na. Daar doen ze allemaal aan mee.

Achter de luidruchtige en stoere façade zit de onzekerheid over je lichaam (Lindsey vindt zich te dik) en de kwetsuren uit de biografie (Dylan haat zijn stiefvader die vastzit vanwege de dood van Dylan’s zusje). Vriendschap is dat je die binnenkant met elkaar deelt. Maar vrienden houden soms niet hun mond. Dat is heel naar en nog erger. Reden om te ontploffen. Want hoe moet je je opstellen als anderen iets horen over je twijfels? Als volwassenen is dat al lastig, hoeveel te meer voor deze leeftijdsgroep. Vandaar de uitroep en de boektitel: neem nooit een beste vriend. Want je bent nooit helemaal zeker of de ander te vertrouwen is. Zelfs als slip of the tongue is het doorvertellen van iets geheims een reden om te schelden. Je moet je leren afschermen in deze onveilige wereld. (79) Kwetsbaar zijn kan maar met weinig mensen echt. En toch heb je anderen nodig. Alleen lukt het niet, dus is de slotboodschap: praat met iemand.

Ik werd zeer geboeid door het verhaal van Joshua en zijn vrienden. De ruwe wereld vol seks, drank (opvallend, geen drugs), vooroordelen, agressie en jaloezie, het is mij uit ervaring onbekend. Wat ik aan onoverzichtelijkheid ervoer toen ik zo oud, is niet te vergelijken met dit verhaal. Ik groeide dan ook op met rust, reinheid en regelmaat. Of in de kerkelijke wereld anno 2023 het zo bar is, geen idee. Maar ik geloof direct dat de dieper liggende emoties en strevingen ook bij de vijftienjarigen leven die ik nu tegenkom. Neem nooit een beste vriend. Ik wil me er niet aan gewonnen geven. Ik wil een beste vriend zijn, ook als ik niet altijd goed doe.


Naar aanleiding van: Erna Sassen, Neem nooit een beste vriend. Amsterdam: Leopold, 2023. Met beeld van Martijn van der Linden.

Indeling van het boek:

  • Neem nooit een beste vriend, 7 – 70, genummerde hoofdstukken
  • Neem geen huisdier 71 – 82
  • Neem nooit een beste vriend 85  -156 doornummering hoofdstukken
  • Kijk geen porno 159 – 171
  • Neem nooit een beste vriend (en neem geen zus) 175 – 236 doornummering hoofdstukken
  • Neem een hobby 239 – 256
  • En ze leefden nog lang en gelukkig 258 – 268

Voor de website van Erna Sassen, klik hier. En voor die van Martijn van der Linden, klik hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *