Stel je voor: twee jonge mannen, broeders in de gemeente, maken trouwplannen. Zij vragen hun predikant of hun huwelijk op de trouwdag ook kerkelijk bevestigd en gezegend kan worden. De predikant legt de vraag voor aan de kerkenraad.
Dan wordt het spannend.
Niet alleen pastoraal, maar theologisch. Wat doen wij eigenlijk wanneer wij een huwelijk zegenen? En wat betekent het als wij dat niet doen?
Binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken is in het rapport Richting en Ruimte (2023) gesproken over drie benaderingen – beeldend aangeduid als drie ‘lenzen’: variatie, zondeval en scheppingsorde. Die drie helpen om helder te denken. Ik loop ze langs. Niet om te polariseren, maar om te verhelderen.
A Variatie: het homohuwelijk als legitieme vorm
Wanneer een kerkenraad het huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht ziet als een legitieme variant naast het huwelijk tussen man en vrouw, dan is het antwoord helder: ja, graag zelfs.
De kerkelijke bevestiging culmineert in de zegen. En die zegen begint met een fundamentele belijdenis: God heeft jullie tot dit huwelijk geroepen. Daarmee wordt niet de kerk, maar God zelf als oorsprong van dit huwelijk aangewezen.
Belangrijk is dat de zegen volgt op de uitgesproken beloften. De kerk zegent geen romantisch ideaal, maar twee mensen die zich publiek binden met woorden die eigenlijk te groot zijn voor een mens: trouw in goede en kwade dagen, tot de dood. Niemand overziet de toekomst. Niemand kent zijn eigen draagkracht volledig. Daarom wordt gebeden om de kracht van de Heilige Geest. De zegen vervangt de verantwoordelijkheid niet, maar plaatst haar onder Gods belofte.
De formulering ‘al de dagen die Hij u samen schenken wil’ relativeert romantische vanzelfsprekendheid. Het huwelijk is gave, geen bezit. Het staat onder Gods leiding en in het licht van zijn komende koninkrijk.
Liefde en trouw zijn daarbij geen gevoelens, maar praktijken. Oefeningen in volharding. De zegen spreekt geloofstaal die het midden houdt tussen gebed en toezegging. Zij is geen magische garantie, maar een publieke markering: dit verbond wil geleefd worden onder Gods Naam, in afhankelijkheid van zijn blijvende betrokkenheid.
Wie zo kijkt, kan ook een homohuwelijk zonder aarzeling zegenen.
B Zondeval: pastorale ruimte in een gebroken werkelijkheid
Een kerkenraad kan ook anders oordelen.
Men ziet de oprechte inzet van twee gelovigen die elkaar in liefde en trouw willen dienen. Maar men kan het huwelijk tussen twee mannen niet gelijkstellen aan het huwelijk van man en vrouw. Dan wordt de relatie geplaatst in de werkelijkheid van de gebroken schepping. Er kan pastorale ruimte zijn, zonder dat men spreekt van een variant binnen de scheppingsorde.
Hier ligt een parallel met de aarzeling rond kerkelijke bevestiging van een tweede huwelijk na echtscheiding. Ook daar spelen vragen rond woorden van Jezus (Matteüs 5 en 19) en Paulus (1 Korinte 7). Ook daar leven schuld- en schaamtegevoelens. En ook daar kan kerkelijke cultuur de indruk wekken dat zegen alleen past bij een ‘onbesmet begin’.
Toch moeten we hier een scherpe vraag stellen: wat is zegen eigenlijk?
Zegen is in de Schrift geen beloning voor morele perfectie. Zegen is Gods betrokkenheid bij gebroken mensen. Zij legitimeert niet het verleden, maar richt zich op de toekomst onder Gods Naam.
De beslissende vraag wordt dan: wil dit nieuwe verbond geleefd worden in geloof, hoop en liefde, in afhankelijkheid van Gods belofte? Als het antwoord daarop ‘ja’ is, kan een kerkenraad tot de overtuiging komen dat juist in een gebroken werkelijkheid de zegen gezocht en uitgesproken moet worden. Niet omdat alles ideaal is, maar omdat zonder Gods betrokkenheid niemand het redt. Dat vraagt moed. Want kerkelijke cultuur kan hard zijn. Maar het past bij de Heer die het komende koninkrijk belichaamde, soms dwars tegen religieuze conventies in.
C Scheppingsorde: geen zegen mogelijk
De derde benadering stelt dat relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht niet gezegend kunnen worden.
Hier wordt het huwelijk principieel verstaan als verbond tussen man en vrouw, geworteld in de orde van de schepping. Waar daarvan wordt afgeweken, ziet men ongehoorzaamheid aan Gods gebod. In het Oude Testament zijn zegen en verbondstrouw nauw verbonden. In Deuteronomium 28 volgen zegen en vloek op gehoorzaamheid of verbondsbreuk. Profeten als Maleachi spreken zelfs over het omkeren van zegen wanneer Gods Naam wordt ontheiligd (2,2).
In het Nieuwe Testament klinkt iets soortgelijks wanneer Jakobus schrijft dat verkeerd gebed niet wordt verhoord (Jakobus 4,3), of wanneer Petrus waarschuwt dat het gedrag van mannen tegenover hun vrouw hun gebeden kan belemmeren (1 Petrus 3,7).
Wie een homoseksuele relatie als zondig kwalificeert, kan daarom niet anders dan het verzoek om zegen weigeren. Want zegen kan niet worden uitgesproken over wat men als structurele ongehoorzaamheid ziet. Het weigeren van de zegen is een daad van liefde en trouw aan God. Dit standpunt is theologisch coherent binnen zijn eigen logica. Het verdient het om serieus genomen te worden, ook wanneer men het niet deelt.
De kernvraag: wat doen wij als wij zegenen?
Achter alle verschillen ligt één fundamentele vraag: Wat is de aard van kerkelijke zegen?
Is zij bevestiging van morele correctheid? Is zij pastorale nabijheid? Is zij eschatologische oriëntatie – een leven richten op Gods toekomst?
Zegen is geen automatische garantie. Maar zij is ook geen vrijblijvende wens. Zij positioneert een huwelijk onder Gods Naam. Zij betrekt de gemeente in medeverantwoordelijkheid. Zij spreekt uit dat menselijke trouw alleen standhoudt in afhankelijkheid van Gods trouw. Daarom raakt de vraag naar het zegenen van lhbt-relaties niet alleen de ethiek van seksualiteit, maar het hart van ons verstaan van Gods omgang met mensen.
Mijn positie – en het grotere geheel
Ik sta zelf in de eerste benadering. Ik zie het homohuwelijk als een legitieme variant en acht kerkelijke bevestiging en zegen passend.
Maar zolang wij als kerken met meerdere lezingen leven, zullen wij elkaar niet ontlopen. Dan is de opdracht om helder te spreken én elkaar vast te houden.
Kerkenraden zullen zich daarom niet alleen moeten afvragen wat zij theologisch verantwoord achten, maar ook: Wat verstaan wij onder zegen? Hoe dragen wij gemeenteleden die anders oordelen? Hoe blijven wij verbonden wanneer besluiten uiteenlopen? De discussie over het zegenen van lhbt-relaties is geen randkwestie. Zij raakt aan onze visie op schepping, gebrokenheid, verlossing en toekomst. En uiteindelijk aan de vraag of wij geloven dat Gods zegen groter is dan onze zekerheid – en dieper reikt dan onze verdeeldheid.
Voor een bredere blog over tekst en taal van de zegen over het huwelijk, klik hier.





